Wat is de betekenis van stam?

Synoniemen van stam

2019
2020-11-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stam

stam - Zelfstandignaamwoord 1. (biologie) een stengel, de dikke houtige stam van een plant 2. (biologie) een boomstam, het deel van de boom tussen de wortels en de kruin 3. (genealogie) geslacht, familielijn 4. (antropologie) een volksstam, een samenlevingsvorm bestaande uit groep meer en minder verwante mensen, die meestal min...

Lees verder
2018
2020-11-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

stam

stam - zelfstandig naamwoord 1. alle bloedverwanten samen: vader, moeder, etc. ♢ hij hoorde bij de stam van koning David 2. deel van een boom waar takken aan vast zitten ♢ we leunden tegen de stam van de boom...

Lees verder
2017
2020-11-23
Taaladvies

Alles over taal

Stam

Onder de 'stam' wordt de basisvorm van een werkwoord verstaan, waarvan de vervoegde vormen zijn afgeleid. De stam van het werkwoord is in de meeste gevallen gelijk aan het 'hele werkwoord' (de infinitief) minus -(e)n. De stam van lopen is loop, de stam van gaan is ga.

2016
2020-11-23
Probos

Begrippenlijst Stichting Probos

Stam

Een stam is de hoofdspil van een boom, waarvan het rondhout als zaaghout, fineerhout, palen en pulphout gebruikt kan worden. De (gevelde) stam bevat niet de stobbe of ondergrondse delen van de boom, maar wel de top. De stam, met inbegrip van de schors, kan worden ingedeeld in werkhout en tophout op basis van een minimum diameter (tussen de 5 en 10...

Lees verder
2016
2020-11-23
Cito

Onderzoek & Wetenschap

Stam

De stam is het onderdeel van een meerkeuzevraag dat de vraagstelling/het probleem bevat.

2000
2020-11-23
taaluniversum

Taalunieversum 'taaladvies' termenlijst

Stam

Onder de `stam` wordt de basisvorm van een werkwoord verstaan, waarvan de vervoegde vormen zijn afgeleid. De stam van het werkwoord is in de meeste gevallen gelijk aan het `hele werkwoord` (de infinitief) minus -(e)n. De stam van lopen is loop, de stam van gaan is ga.

Lees verder
1974
2020-11-23
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

stam

Deel van boom van de wortel tot aan de takken. Er zijn verschillende lagen aan te onderscheiden. Ader die zich in kleinere aderen vertakt Groep van door teeltkeus verkregen individuen die min of meer nauw verwant zijn en in veel eigenschappen overeenkomen. Bacteriën die gekweekt zijn uit één geïsoleerde kiem.

1973
2020-11-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

stam

m. (-men), 1. deel van een boom van de wortel tot aan de takken ⓔ: die — is hol; 2. houtige stengel van planten: de — van varens; 3. (historische taalkunde) term voor dat (centrale) deel van het woord dat men overhoudt als men het ontdoet van alle elementen van afleiding en buiging; zeer vele Indo-europese stammen hebben de vorm consona...

Lees verder
1949
2020-11-23
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Stam

(1), of phylum in de systematiek van de plant- en dierkunde een afdeling, die één of meer groepen omvat. De stammen samen vormen het planten- en dierenrijk; (2) stengel van houtige planten, verdikt door zgn. secundaire groei, zonder of met weinig vertakkingen.

Lees verder
1933
2020-11-23
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Stam

1° (plantk.), ➝ Stengel. 2° (Biol.). Een groep door teeltkeus bekomen individuen, die min of meer nauw verwant zijn en in een groot aantal eigenschappen overeenkomen. Bij het veredelen van planten is een stam samengesteld uit alle van eenzelfde keurplant afstammende individuen. Bij autogame planten kan een stam dus overeenkomen met een rein...

Lees verder
1926
2020-11-23
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Stam

I. Stam Het Israëlitisch volk was verdeeld in twaalf onderdeelen, die stammen genoemd werden. Deze stammen bestonden weer uit geslachten, en deze geslachten uit familien of huizen der vaderen (ex. 6 : 14; Num. 1 : 2, 18 v.v.; 1 Kron. 5 : 24), terwijl deze laatste op hunne beurt weer onderscheiden worden in gezinnen. Het duidelijkst komt deze g...

Lees verder
1916
2020-11-23
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Stam

Stam - van een boom. Bij sommige houtsoorten, voornamelijk bij naaldboomen, loopt de stam door tot den top van den boom. Bij andere verliest hij zich in de kroon bijna geheel in de takken, zooals bij de meeste loofhoutsoorten. Bij enkele van de laatste als populier, wilg, monumentaal-iep, els, esch wordt echter de doorgaande stam van nature goed be...

Lees verder
1898
2020-11-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

STAM

STAM - m. (-men), deel van een boom van den wortel tot aan de takken; die stam is hol, rot, schoon; — boom : de hoogste stammen van het woud; — hout op stam koopen, nog groeiende boomen; — (spr.) de appel valt niet ver van den stam. de aard der kinderen gelijkt doorgaans naar dien der ouders; — (fig.) personen die uit &ea...

Lees verder
1898
2020-11-23
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Stam

zie Ras.

1870
2020-11-23
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Stam

zie Stengel