Wat is de betekenis van Zich?

2019
2021-05-14
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zich

zich - Wederkerend voornaamwoord 1. derde persoon enkelvoud en meervoud Hij wast zich onder de douche. 2. Persoon#Tweede persoon (formeel) uzelf U kunt zich daar wassen en omkleden. 3. ~ iets geeft een onbedoeld resultaat aan bij vele (o...

Lees verder
2018
2021-05-14
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zich

zich - voornaamwoord 1. wederkerend ♢ hij wast zich 1. op zich [los van iets anders] Voornaamwoord: zich

Lees verder
1973
2021-05-14
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

zich

wederk. vn. van de derde persoon van alle geslachten en getallen: het gezicht wassen; geld bij — hebben, op zak hebben; iemand bij hebben, in diens gezelschap zijn; (met: zelf) hij leeft voor — zelf, hij verkeert niet in gezelschappen, (ook) hij is zeer zelfzuchtig; op zelf wonen, zelfstandig; — zelf blijven, zich niet door emotie...

Lees verder
1952
2021-05-14
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zich

pron., him, har, pl. har(ren); (namen), jin.

1950
2021-05-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zich

wederkerend voornw. (datief en accusatief) van de derde persoon van alle geslachten en getallen: zij geeft zich (3de nv.) moeite; zich het gezicht wassen; zij kwetsen zich (4de nv.); geld bij zich hebben, op zak hebben : iem. bij zich hebben, in diens gezelschap zijn ; — verbonden met zelf om het reflexieve...

Lees verder
1898
2021-05-14
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZICH

ZICH, wederkeerend voornw. van den datief en accusatief van den derden persoon van alle geslachten en getallen : zij geeft zich (3de nv.) moeite; zij kwetsen zich (3de nv.); zichzelf, zichzelve, zichzelven; hij leeft voor zichzelven, hij verkeert niet in gezelschappen, (ook) hij is zeer baatzuchtig; geen geld bij zich (op zak) hebben.