Wat is de betekenis van verwachten?

2024-06-14
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-14
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

verwachten

verwachten - Werkwoord 1. (inerg) ergens van uitgaan, iets als vooronderstelling aannemen Hij verwachtte dat er een taxi voor hem klaar zou staan. Woordherkomst afgeleid van wachten met het voorvoegsel ver-

2024-06-14
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

verwachten

verwachten - regelmatig werkwoord uitspraak: ver-wach-ten 1. ervan uitgaan dat hij komt ♢ we verwachten bezoek 1. een kind verwachten [zwanger zijn] 2. denken d...

2024-06-14
Kuifje in Vlaanderen

Michel Uyen

verwachten

Waaraan mag men zich verwachten? Je kunt je verwachten aan een groots feest. Men weet waar men zich kan aan verwachten (vgl. s’attendre à).

2024-06-14
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

verwachten

(verwachtte, verwacht) - zich verwachten aan iets, iets verwachten, ergens op rekenen, iets voorzien. Ik weet echt niet of we ons aan nieuwe aanslagen mogen verwachten. Dat blijft koffiedik kijken. - DM, 05-09-2002.

2024-06-14
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

verwachten

In de verb. zich verwachten aan (iem., iets), (iem., iets) verwachten; soms bep.: rekenen, hopen op (iem., iets); (iets) voorzien, tegemoet zien enz. Het bracht Cottenier zo buiten zich zelf, dat hij Jan de Vos een hard aankomende klap in het gezicht moest geven - en daar de Vos zich daar niet in het minst aan verwachtte rolde hij tegen de m...

2024-06-14
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Verwachten

v., forwachtsje; iets —, earne op tidigje; het is te —, it stiet der fan to tinken; — van, op 'e rekken hawwe fan, foar; iets aangaande iem. —, immen eat foarlizze; zoiets had ik van hem niet verwacht, soks hie ik foar syn doar net socht; iem. niet meer —, immen tro...

2024-06-14
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

Wil je toegang tot alle 16 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Verwachten

(verwachtte, heeft verwacht), 1. wachten op, tegemoet zien, rekenen op, denken dat iets of iem. komen zal: tijding, bericht verwachten; toen ik het goede verwachtte, zo kwam het kwade (Job 30 : 26); zijt gij degene, die komen zou, of verwachten wij enen anderen? (Matth. 11 : 3); ik had je niet meer verwacht; regen, sneeuw ve...