Varken
o. (-s), 1. bekend evenhoevig zoogdier, zwijn (Sus), dat om zijn spek en vlees gehouden wordt: een jong, een mager, een vet varken: in November wordt het varken geslacht; een varken zengen (elders schouwen of broeien), een gedood varken met heet water overgieten, alvorens het haar er af te krabben ; een stukje van het varken; — (spr.) vieze v...