2019-11-22

vals

vals: plat, start.

2019-11-22

vals

vals - bijvoeglijk naamwoord 1. niet hetzelfde ♢ sommige tonen waren vals 1. valse lucht [door een lek aangezogen] 2. vals spelen [onzuiver spelen] 3. een valse start [vertrek voordat het startsein geklonken heeft]

2019-11-22

vals

vals - Bijvoeglijk naamwoord 1. onecht, niet legitiem Dit zijn valse biljetten van €20. 2. bij honden: geneigd tot wangedrag, zoals onverhoeds bijten Deze hond is mishandeld en daardoor vals geworden. Verwante begrippen [2] boosaardig, kwaadaardig