Wat is de betekenis van Toe?

2025-12-17
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

toe

toe - Bijwoord 1. prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord. 2. : ertoe: hij behoort niet tot die groep ->hij behoort er niet toe. 3. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord 4. : bijv. toezeggen: ik zeg niets toe. 5. tot ... toe met genitief van een werkwoord ...

2025-12-17
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

toe

toe - bijwoord, tussenwerpsel 1. je kunt er niet bij of in of door ♢ het kind deed zijn oogjes toe 2. als extra ♢ hij kreeg nog geld toe voor dit karwei 3. heen ...

2025-12-17
Golfsportwoordenboek

Jan Luitzen (2009)

toe

→ teen

2025-12-17
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

toe

in België vaker dan in Nederland voor: dicht, gesloten.

2025-12-17
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

toe

gesluit, toegemaak; in die rigting na ‘n plek; op daardie oomblik; daarna; wanneer; asseblief; toe maar, bekommer jou nie daaroor nie; trooswoord.

2025-12-17
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Toe

adv.; (dicht), ta, ticht; (tot), ta; ergens aankomen, earne oer gear komme; dat is tot daaraan —, dat mei hinnebruije, dat is ta dêr oan ta.

2025-12-17
Woordenboek Engels (EN-NL)

Dr. F.P.H. van Wely (1951)

toe

I. 1. teen; 2. neus [v. schoen]; 3. punt; big (great) toe, grote teen; turn up one’s toes, het hoekje omgaan; II. 1. met de tenen aanraken; 2. een teen aanzetten [kous]; 3. een schop geven; toe the line (the mark), 1. met de tenen aan de streep (gaan) staan [bij wedstrijden]; 2. niet (willen) afwijken [van een gedragslijn]; 3. zijn man staan;...

2025-12-17
Geneeskundig woordenboek (EN-NL)

dr. mr. W. Schuurmans Stekhoven (1949)

toe

teen; hammer toe, hamerteen.

2025-12-17
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

toe

bw. (1 in de richting naar; 2 tot aan een grens, meestal versterking van tot; 3 tegemoet, tegen; 4 dicht, meestal elliptisch; 5 een versterkende, voortzettende beweging te kennen gevend; 6 aansporing te kennen gevende): 1. ergens naar toe gaan; 2. tot nu toe; tot daar toe; 3. hij kwam naar mij toe; dat lacht mij toe; 4. doe die deur toe; in bijv....

2025-12-17
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

toe

I. bw. 1. in de richting van : hij kwam naar mij -. 2. tot een bepaalde grens : tot aan de brug -; tot nu -, tot op het ogenblik. 3. voortdurend : hij schreef, babbelde maar -. 4. vooruit: -, pak aan; -, werk op. Syn.he. 5. gesloten : het huis, de deur, het boek is -; een deur sloeg. → mond, oog. Syn. → dicht. II. bn. gesloten : een...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-17
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Toe

I. bw., 1. in een richting naar: hij kwam naar mij ergens naar willen, (fig.) een bepaalde bedoeling hebben, die m.n. tot uiting komt in woorden; naar zich toe rekenen, zó rekenen dat men zelf het voordeel heeft; 2. in een richting, zonder dat verplaatsing geschiedt: met zijn rug naar de zon 3. - kunnen, voldoende hebben; aan iets komen of...