Wat is de betekenis van Tijd?

2020
2022-05-22
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

tijd

Het begrip tijd heeft 8 verschillende betekenissen: 1) grootheid uitdrukbaar in tijdseenheden. grootheid die waargenomen wordt als de ononderbroken en onomkeerbare voortgang en opeenvolging van gebeurtenissen en verschijnselen en die meetbaar is in eenheden als seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren, eeuwen en millennia; ook:...

Lees verder
2019
2022-05-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

tijd

tijd - Zelfstandignaamwoord 1. de onstuitbare gang der dingen van toekomst door het heden naar het verleden Doorheen de tijd heeft de aarde al heel wat evoluties meegemaakt. 2. de tijd: de rust Je moet hem even de tijd gunnen om dit werk af te maken....

Lees verder
2018
2022-05-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

tijd

tijd - zelfstandig naamwoord 1. reeks van momenten ♢ dat is een tijd geleden 1. de tijd vliegt [hij gaat snel voorbij] 2. de tijd zal het leren ...

Lees verder
2009
2022-05-22
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

tijd

(de; -en) SP - opgenomen tijdsverloop waarin een bepaalde afstand is afgelegd, bv. tijdens een tijdrit in de Tour de France: een goede tijd maken, rijden; welke tijd heeft hij gereden?

2008
2022-05-22
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

tijd

(de; -en) SP - opgenomen tijdsverloop waarin een afstand is afgelegd: de 400 meter op tijd lopen, terwijl de tijd wordt opgenomen.

2003
2022-05-22
Projectmanagement

Projectmanagement

Tijd

Planning vooraf en voortgangsbewaking.

2000
2022-05-22
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Tijd

Er is een tijd van (een bepaalde bezigheid) en (de tegenovergestelde bezigheid), voor alles is er een goed, gepast, tijdstip. Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan, gezegd als iemand wil vertrekken. Deze nog vaak gebruikte constructie gaat terug op het begin van het derde hoofdstuk van het bijbelboek Prediker, een gedicht van zeven m...

Lees verder
1997
2022-05-22
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

tijd

In de Economische liedjes [1781] van Elisabeth Bekker komt o mijn tijd voor. Volgens het wnt hebben wij hier, maar ook bij lieve tijd, met een bastaardvloek te doen. Tijd is hier in de plaats gekomen van hemel. In de exclamatie wel mijn tijd! is tijd een substituut van God. Ook nu nog hoort me...

Lees verder
1992
2022-05-22
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Tijd

Zie ruimte en tijd.

1990
2022-05-22
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

tijd

tijd - Een fundamentele dimensionale hoeveelheid, bepaald door een niet-ruimtelijk continuüm, waarin gebeurtenissen plaatsvinden in een schijnbaar onomkeerbare volgorde van het verleden via het heden tot de toekomst.

1976
2022-05-22
Yoga lexicon

Verklarend handwoordenboek

TIJD

de tijdsindeling bij de yogis, zoals neergelegd in de Bhagavad-Gita is gebaseerd op de Paramanu, een deeltje dat zo klein is dat het ondeelbaar is. Twee paramanus gaan in een Anu [atoom] en drie anus gaan in een Trasarenu. De tijd die de zon nodig heeft om drie trasarenus af te leggen heet een Truti en er gaan honderd trutis in een Vedha. Drie vedh...

Lees verder
1973
2022-05-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Tijd

m. (-en), 1. de voortgang en opvolging van heden naar toekomst, als een zelfstandige en ononderbroken eenheid beschouwd : na verloop van tijd, op den duur; in de loop des tijds, op den duur, langzamerhand; de tijd zal het leren, na verloop van tijd zal men zekerheid krijgen; als hij maar tijd van leven heeft, a. als hij lang genoeg daarvoor leeft;...

Lees verder
1965
2022-05-22
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

TIJD

duur die gekenmerkt wordt door opeenvolging van gebeurtenissen. Het menselijke wezen leeft in een veranderende wereld (dag, nacht, vallen der bladeren, smelten van de sneeuw, enz.), waaraan hij zich kan aanpassen, omdat hij een bepaald → ritme heeft en omdat dezelfde reeksen verschijnselen vaak terugkomen (ritme van dag en nacht, der seizoenen...

Lees verder
1955
2022-05-22
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

TIJD

De zin van de tijd in de waardering van de mens hangt samen met zijn kijk op het menselijk leven en de menselijke geschiedenis. De Christen erkent de doelgerichtheid van de geschiedenis en de daarmee gegeven betekenis van de tijd. De tijd is geen kringloop, maar een voortgaande lijn, gevuld met onherhaalbare gebeurtenissen. Zij wordt omspannen en g...

Lees verder
1952
2022-05-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Tijd

s., tiid; (onbepaald tijdsbestek), snuorje, rite; omstreeks die —, yn, om dy snuorje; nog een klein -je, noch in lyts setsje, hoartsje, hurtsje, skoftsje, toch(ts)je; het duurde geruime —, it duorre in hiele set; een(je) geleden, langlêsten; vantot &md...

Lees verder
1950
2022-05-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Tijd

m. (-en), 1. de voortgang en opvolging der gebeurtenissen en verschijnselen als een zelfstandige en ononderbroken eenheid beschouwd : bij het ordenen der waarnemingen wordt gebruik gemaakt van tijd en ruimte : de tand des tijds, zie bij Tand ; de tijd gaat snel, vliegt; de tijd vergaat, verloopt, verstrijkt, staat niet stil; de tijd baart rozen, zi...

Lees verder
1939
2022-05-22
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Tijd

Is geld, dat nooit vervalst wordt.

1937
2022-05-22
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

tijd

m. tijden (1 opeenvolging van ogenblikken: tijdsverloop, tijdduur of tijdruimte; seizoen; tijdpunt; 2 spraakk. evenmatig deel v. e. vervoegd w.w.; vorm v. e. w.w. ter aanduiding van de tijd der handeling in het heden, het verleden, de toekomst): 1. de tijd gaat snel voorbij; de tijd voor iets nemen; na lange tijd, na verloop van tijd; het is nu kni...

Lees verder
1933
2022-05-22
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Tijd

een (volgens sommigen op causaliteit gefundeerde) waarnemingsvorm v. ons bewustzijn, waardoor wij alle gebeuren (innerlijk zoowel als uiterlijk) i/e zekere volgorde (verleden, beden, toekomst) zien verschijnen. Voor zoover deze waarneming niet v. subjectieve factoren afhankelijk, maar aan alle denkende wezens gemeen en gelijksoortig is kunnen wij v...

Lees verder
1933
2022-05-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Tijd

is het aftellen eener beweging naar het voor en na (Arist.). Zie ➝ Plaats en tijd. Soorten van tijd, die men in het dagelijksch leven en in wetenschap gebruikt, zijn: ➝ ware t., middelbare t. en ➝ sterretijd. Voor Greenwich-, West-Europ., Midden-Europ., Oost-Europ. tijd, zie ➝ Standaardtijd. In Nederland gebruikte men tot 1937 zgn. Amsterdamschen...

Lees verder