Wat is de betekenis van Tijd?

2024-02-29
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

tijd

Het begrip tijd heeft 8 verschillende betekenissen: 1) grootheid uitdrukbaar in tijdseenheden. grootheid die waargenomen wordt als de ononderbroken en onomkeerbare voortgang en opeenvolging van gebeurtenissen en verschijnselen en die meetbaar is in eenheden als seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren, eeuwen en millennia; ook:...

2024-02-29
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

tijd

tijd - Zelfstandignaamwoord 1. de onstuitbare gang der dingen van toekomst door het heden naar het verleden Doorheen de tijd heeft de aarde al heel wat evoluties meegemaakt. 2. de tijd: de rust Je moet hem even de tijd gunnen om dit werk af te maken....

2024-02-29
Bijbels Lexicon

Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart (2017)

Tijd

Er is een tijd van (een bepaalde bezigheid) en (de tegenovergestelde bezigheid), voor alles is er een goed, gepast, tijdstip. Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan, gezegd als iemand wil vertrekken. Deze nog vaak gebruikte constructie gaat terug op het begin van het derde hoofdstuk van het bijbelboek Prediker, een gedicht van zeven m...

2024-02-29
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

tijd

tijd - zelfstandig naamwoord 1. reeks van momenten ♢ dat is een tijd geleden 1. de tijd vliegt [hij gaat snel voorbij] 2. de tijd zal het leren ...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-29
Wielersportwoordenboek

Jan Luitzen (2009)

tijd

(de; -en) SP - opgenomen tijdsverloop waarin een bepaalde afstand is afgelegd, bv. tijdens een tijdrit in de Tour de France: een goede tijd maken, rijden; welke tijd heeft hij gereden?

2024-02-29
Atletiek- en turnwoordenboek

Jan Luitzen (2008)

tijd

(de; -en) SP - opgenomen tijdsverloop waarin een afstand is afgelegd: de 400 meter op tijd lopen, terwijl de tijd wordt opgenomen.

2024-02-29
Projectmanagement

Projectmanagement

Tijd

Planning vooraf en voortgangsbewaking.

2024-02-29
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

tijd

- op tijd en stond, op het geschikte ogenblik. Dat verhinderde niet dat hij het nooit kan laten om op tijd en stond zelf naar zijn leeftijd te verwijzen. Het bewijst vooral dat hij erg fier is op wat hij op zijn leeftijd presteert. - DS, 03-03-2003. - in één tijd, in één keer, zonder onderbreken. Ik nam d...

2024-02-29
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

tijd

In de Economische liedjes [1781] van Elisabeth Bekker komt o mijn tijd voor. Volgens het wnt hebben wij hier, maar ook bij lieve tijd, met een bastaardvloek te doen. Tijd is hier in de plaats gekomen van hemel. In de exclamatie wel mijn tijd! is tijd een substituut van God. Ook nu nog hoort me...

2024-02-29
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers (2017)

Tijd

Zie ruimte en tijd.

2024-02-29
Art & Architecture Thesaurus

Getty Research Institute (1990)

tijd

tijd - Een fundamentele dimensionale hoeveelheid, bepaald door een niet-ruimtelijk continuüm, waarin gebeurtenissen plaatsvinden in een schijnbaar onomkeerbare volgorde van het verleden via het heden tot de toekomst.

2024-02-29
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

tijd

In enkele verb. die in de standaardt. niet (meer) voorkomen of een afwijkende bet. hebben: - Op tijd en stond, op tijd, op het juiste ogenblik, te gelegener tijd; ook: zo af en toe, bij tijd en wijle. Op tijd en stond trekt zij zich in haar kamer terug om te rusten, WEYTS 1950, 240. Omdat hij weet dat ik me niet in een hoekje laat duwen en...

2024-02-29
Lexicon van de Yoga

Helen Knopper (1976)

TIJD

de tijdsindeling bij de yogis, zoals neergelegd in de Bhagavad-Gita is gebaseerd op de Paramanu, een deeltje dat zo klein is dat het ondeelbaar is. Twee paramanus gaan in een Anu [atoom] en drie anus gaan in een Trasarenu. De tijd die de zon nodig heeft om drie trasarenus af te leggen heet een Truti en er gaan honderd trutis in een Vedha. Drie vedh...

2024-02-29
Lexicon van de Psychologie

N. Sillamy (1965)

TIJD

duur die gekenmerkt wordt door opeenvolging van gebeurtenissen. Het menselijke wezen leeft in een veranderende wereld (dag, nacht, vallen der bladeren, smelten van de sneeuw, enz.), waaraan hij zich kan aanpassen, omdat hij een bepaald → ritme heeft en omdat dezelfde reeksen verschijnselen vaak terugkomen (ritme van dag en nacht, der seizoenen...

2024-02-29
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

tijd

: mijn tijd: uitroep van verbazing, ontzetting (’nee maar!’ e.d.). Wat is dat? Mijn gunst I Kijk daar! Mijn tijd! (Helman 1954a: 13). -Etym.: In AN veroud. -: zie droge, natte, Surinaamse tijd.

2024-02-29
Katholicisme encyclopedie

Prof. dr. J.C. Groot (1955)

TIJD

De zin van de tijd in de waardering van de mens hangt samen met zijn kijk op het menselijk leven en de menselijke geschiedenis. De Christen erkent de doelgerichtheid van de geschiedenis en de daarmee gegeven betekenis van de tijd. De tijd is geen kringloop, maar een voortgaande lijn, gevuld met onherhaalbare gebeurtenissen. Zij wordt omspannen en g...

2024-02-29
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Tijd

s., tiid; (onbepaald tijdsbestek), snuorje, rite; omstreeks die —, yn, om dy snuorje; nog een klein -je, noch in lyts setsje, hoartsje, hurtsje, skoftsje, toch(ts)je; het duurde geruime —, it duorre in hiele set; een(je) geleden, langlêsten; vantot &md...

2024-02-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Tijd

m. (-en), 1. de voortgang en opvolging der gebeurtenissen en verschijnselen als een zelfstandige en ononderbroken eenheid beschouwd : bij het ordenen der waarnemingen wordt gebruik gemaakt van tijd en ruimte : de tand des tijds, zie bij Tand ; de tijd gaat snel, vliegt; de tijd vergaat, verloopt, verstrijkt, staat niet stil; de tijd baart rozen, zi...

2024-02-29
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Tijd

(I, filosofie, psychologie, natuurwetenschappen) bezit vele aspecten en verlangt een behandeling vanuit verschillende gezichtspunten. Zonder tijdsgevoel lijkt „mens zijn” een onmogelijkheid; „niets is het onze van wat wij bezitten, behalve de tijd” zegt Seneca reeds. Verlangt men opheldering aangaande het tijdskarakter, dan...

2024-02-29
Humoristisch woordenboek

H. Moritsen (1939)

Tijd

Is geld, dat nooit vervalst wordt.