Wat is de betekenis van suiker?

2020
2021-09-26
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

suiker

(1978) (drugs) poederdrugs in het algemeen; heroïne of cocaïne. Omdat het een wit poeder is en omdat het soms wordt vermengd met suiker. Eigenlijk een vertaling van de Engelse slangterm sugar, dat eigenlijk als eufemisme wordt gebruikt voor shit*, een populaire benaming voor heroïne; ook als aanduiding voor de hallucinogene drug L.S....

Lees verder
2019
2021-09-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

suiker

suiker - Zelfstandignaamwoord 1. oplosbare zoetstof hoofdzakelijk verkregen uit suikerbieten en suikerriet GGD-directeur: Suiker is de gevaarlijkste drug van deze tijd waarvan het gebruik moet worden ontmoedigd via een suikertaks. 2. (scheikunde) een type verbinding van koolstof-, waterst...

Lees verder
2018
2021-09-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

suiker

suiker - zelfstandig naamwoord uitspraak: sui-ker 1. zoete stof uit suikerbieten of suikerriet ♢ wil je suiker in de koffie? Zelfstandig naamwoord: sui-ker de suiker

Lees verder
2017
2021-09-26
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Suiker

Bij het verklaren van deze naam kunnen we vermoedelijk uitgaan van het woord suiker. De eerste naamdrager was wellicht een handelaar in suiker of het betrof een liefhebber van suikergoed, een zoetekouw of een suikerbuik. Uit een onderstaande referentie blijkt overigens dat bij een familie in Zuid-Holland de naam Suiker naast Suikerbos voorkwam, wel...

Lees verder
2016
2021-09-26
Culinair van a tot z

Culinair van a tot z

suiker

Zoet genotmiddel en verkregen van suikerbiet of suikerriet en vormt een vrijwel onontbeerlijk bestanddeel van vele spijzen en gerechten, die anders smakeloos en onaantrekkelijk zouden zijn.

2010
2021-09-26
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

suiker

1) Sacharose, een verbinding van glucose en fructose; 2) gezuiverde witte of bruine zoetstof die is gemaakt uit suikerbieten of suikerriet; 3) afkorting in spreektaal van ‘suikerziekte’ (de ziekte diabetes). Mensen met diabetes zeggen soms dat ze ‘last hebben van suiker’ en dan bedoelen ze ‘suikerziekte’. Er bestaan meer suikers, zoals druivensuike...

Lees verder
2005
2021-09-26
Harold Hamersma

wijnbegrippen in gewone mensentaal

suiker

In wijn is dat gewoonlijk glucose en fructose. Wordt tijdens de gisting omgezet in alcohol. De hoeveelheid bepaalt ook het mostgewicht (zie ook: most). Bij te weinig suiker (lees: druif niet rijp genoeg) kan de natuur een handje geholpen worden door suiker toe te voegen. Dit zogeheten chaptaliseren (zie ook aldaar) moet wel met overleg gebeuren, an...

Lees verder
2004
2021-09-26
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

suiker

Verbloemende term voor heroïne. Vgl. Engels slang: ‘sugar’. Een synoniem is poeder*. Het bleek een kouwe moeite te zijn om hier aan wat ‘suiker’ te komen; al liggen de prijzen hoger dan bij ome Chang en weet je per slot van saldo nooit of er mee geknoeid is. Ben Borgart: Blauwe nachten. 1978

Lees verder
1990
2021-09-26
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

suiker

suiker - Een zoet kristallijn koolhydraat. In zuivere toestand is het wit. Het wordt verkregen uit een grote verscheidenheid aan plantensappen, maar vooral uit de sappen van suikerriet en suikerbieten. Het is een belangrijk bestanddeel van menselijke voeding.

1981
2021-09-26
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Suiker

uit koolzuur en water opgebouwde chemische verbindingen, die in de plant gevormd worden onder afsplitsing van zuurstof en verbruik van zonne-energie. S., belangrijke energiedrager van de levende substantie, verbrandt onder het opnemen van zuurstof en afgeven van energie tot koolzuur en water. Druive-, vruchte- en melksuiker zijn de s. die voor het...

Lees verder
1974
2021-09-26
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

suiker

in het spraakgebruik bedoelt men hiermee de zoete, in water oplosbare kristallijne smaakstof saccharose. Gewonnen uit sap van suikerriet, suikerbiet en uit sap van suikerahorn (N. Amerika-Canada). Als zoetmiddel in Europa sinds de vijftiende eeuw in gebruik. Het suikerriet was tot ± 1800 de enige bron voor suiker, na 1800 ook de suikerbiet.

Lees verder
1973
2021-09-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

suiker

m., 1. zoete stof die m.n. wordt verkregen uit diverse plantesoorten (e); 2. →koolhydraat; 3. (metonymisch) of bij verkorting voor suikerziekte: hebt u —?; 4. suikerindustrie. (e) Huishoudelijke suiker is →saccharose en wordt op grote schaal gewonnen uit →suikerbieten en →suikerriet. Deze suiker komt voor in delen van...

Lees verder
1972
2021-09-26
OHS1

Oosthoek Encyclopedie supplement

Suiker

m., 1. saccharose, zoete stof die wordt verkregen uit suikerbieten en suikerriet. Voor een overzicht van de wereldproduktie zie afb.

1954
2021-09-26
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Suiker

1. rietsuiker, saccharum; bestaat chemisch uit C12H22O11. (saccharose, een disaccharidej; belangrijk voedings- en genotmiddel, meestal uit beetwortels bereid; 2. suikers, een groep koolhydraten, welke bij plant en dier in zeer vele soorten voorkomen; de meeste smaken zoet en zijn witte kristallijne stoffen, oplosbaar in water; de voornaamste onderg...

Lees verder
1952
2021-09-26
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Suiker

s., sûker.

1950
2021-09-26
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Suiker

I. v., 1. zoete stof, die hoofdzakelijk verkregen wordt uit suikerriet en beetwortels, saccharose (C12 H22O11) : suiker in de thee doen ; ruwe suiker, ongezuiverde ; suiker raffineren, zuiveren; fijne, geraspte, bruine, witte suiker ; suiker branden, ze tot 200° C verhitten, waardoor ze tot z.g. caramel wordt; zo zoet al...

Lees verder
1950
2021-09-26
ensie 1950

Ensie deel 7, uitgegeven in 1950. Onder redactie van Gerrit Krediet, Jan Baert, Jac. Bot, Salomon Kleerekoper.

Suiker

Verreweg de belangrijkste, maar niet de enige producent van suiker in de tropen en sub-tropen, is het suikerriet (Saccharurn officinarum). De arènpalm, de lontarpalm en de cocospalm leveren ook een behoorlijk kwantum bruine suiker met een eigen aroma. Kristalsuiker is een organische verbinding, die de wetenschappelijke naam draagt: rietsuike...

Lees verder
1939
2021-09-26
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Suiker

Riet-ueel voedsel.

1933
2021-09-26
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Suiker

Er zijn zeer vele suikers, alle koolhydraten. De voornaamste groepen zijn pentosen, hexosen en hexafiosen. Suiker in engere» zin is rietsuiker, verkregen uit suikerbieten ( → beetwortel) en uit → suikerriet.Wereldprod. bedraagt ongeveer: beetwortelsuiker 9,6 mill. ton, rietsuiker 17,9 mill. ton. Ned. produceerde 1930: 266 242; 1931...

Lees verder
1933
2021-09-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Suiker

I. Voor suikers in ruimeren zin (scheikundig), zie → Koolhydraten. II. In engeren zin: rietsuiker en beetwortelsuiker. A) Aard en fabricage Bij de fabricage van s. wordt in principe dezelfde methode gevolgd, hetzij de s. uit → suikerriet of uit suikerbieten (→ Beetwortel) wordt verkregen. In hoofdzaak hebben de volgende processen p...

Lees verder