Wat is de betekenis van Strijken?

2019
2021-01-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

strijken

strijken - Werkwoord 1. over een oppervlak laten glijden Hij streek zijn huilende zoontje over zijn bolletje. 2. wasgoed desinfecteren en gladmaken met hulp van een heet ijzer, een strijkijzer Ik heb dat overhemd nog niet gestreken. 3. iets lat...

Lees verder
2018
2021-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

strijken

strijken - onregelmatig werkwoord uitspraak: strij-ken 1. glad maken met een heet ijzer ♢ dit overhemd moet gestreken worden 2. er zachtjes overheen gaan ♢ ik streek met mijn hand langs zijn wan...

Lees verder
2017
2021-01-21
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Strijken

Strijken - slang van de KMA voor wit wegtrekken. Vero.

2017
2021-01-21
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Strijken

Strijkmolens die het water vanuit een boezem overmalen in een afwateringskanaal dat in contact staat met de zee.

1977
2021-01-21
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

strijken

strijken - coïre. De metafoor kan zowel berusten op de betekenis strijken ‘persen’ (vgl. stijven) als op ‘vioolspelen’ (vgl. strijkstok, vedel(en)). Nanne Dirk onze Buur zal haar twee reisen ter weeke stryken, den Goede weeke niet, Koddige Opschriften 4, 118 [1698-1700].

Lees verder
1973
2021-01-21
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

strijken

(streek, heeft gestreken), 1. met een voorwerp enz. langs of over de oppervlakte van iets gaan; de hand over het hart —, zich toegeeflijk betonen; 2. (linnengoed) met een strijkijzer door warmte en druk glad maken of in bepaalde vouwen persen; plooien in rokken —; (ook) aldus verwijderen: de kreukels uit een rok —; (pleisterwerk)...

Lees verder
1971
2021-01-21
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Strijken

Strijken - 1. Van een zeil. Het vieren van een zeilval en het opdoeken van het naar beneden komende zeil. 2. Van een mast. Aan de voorstag met behulp van bokkepoten of sprenkel en een masttakel omlaag laten komen van een mast. 3. Van een boot. Als een bijboot in davits hangt strijkt men de boot door de takels te laten vieren. 4. De vlag strijken be...

Lees verder
1950
2021-01-21
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

STRIJKEN

(streek, heeft gestreken), 1. met de hand, een voorwerp enz. langs of over de oppervlakte van iets gaan ; — (onoverg.) met de hand langs de kin strijken ; over de haren strijken ; met een doek langs een tafel strijken ; met een borstel langs de kleren strijken, om ze vluchtig af te borstelen ; — (bij u...

Lees verder
1933
2021-01-21
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Strijken

is het door verwarmde strijkijzers glad, dikwijls ook glanzend maken van onderkleeding en huishoudgoed onder toevoeging van vocht en (of) stijfmiddelen, stijfsel, dextrine, Arabische gom, gelatine. Persen is plat (dun) maken van plooien, naden, zoomen en dikke plaatsen. Zie verder ➝ Strijkijzer.

1916
2021-01-21
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Strijken

Strijken - is een afwijking in den gang bij het paard, waarbij bij het loopen het eene been tegen het andere slaat. Gewoonlijk wordt het kootgewricht, soms ook de pijp, geraakt. De gevolgen zijn verwonding met opvolgende litteekenvorming of kneuzing met huidverdikking. Men spreekt dan van strijkkogels. Het spreekt van zelf, dat door zulk een verdik...

Lees verder
1898
2021-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Strijken

Strijken - (streek, heeft gestreken), met iets langs iets anders gaan en het daarbij zacht aanraken : met een doek langs eene tafel strijken; — met een borstel langs de kleeren strijken, om ze vluchtig af te borstelen ; — de mouwen in de hoogte strijken; — inz. zacht met de hand over iets heengaan : een meisje langs de kin, over...

Lees verder