Wat is de betekenis van spek?

2024-02-23
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

spek

Het begrip spek heeft 4 verschillende betekenissen: 1) varkensspek. vast vet tussen de huid en het vlees bij grote zoogdieren en met name bij varkens, dat, al dan niet doorregen met vlees, gegeten wordt als vlees; varkensspek. 2) zacht snoepgoed. zacht snoepgoed van onder andere suiker en opgeklopt eiwit, dat vaak roze en wit is en e...

2024-02-23
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

spek

1) (17e eeuw) scheldnaam die de Geuzen destijds aan de Spanjaarden en in het bijzonder de Spaanse soldaten, gaven. Wellicht omdat ze er mager en hongerig uitzagen. Zie ook Spanjool*. • ‘s Lants sleutels en haer stale grendels / Smijt nu den Speck, met groot ghewelt, / Aen tween, en met Soldaet en vendels / Sy 't Land schier maken datt...

2024-02-23
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

spek

spek - Zelfstandignaamwoord 1. (biologie), (voeding) een laag vet tussen huid en vlees bij grote zoogdieren Hij at 's morgens graag eieren met gebakken spek. 2. sponzige zoetwaar 3. snoep, suikergoed spek - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spekk...

2024-02-23
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

spek

spek - zelfstandig naamwoord 1. laag vet onder de huid ♢ in Engeland eten ze 's morgens eieren met spek 1. voor spek en bonen meedoen [meedoen zonder mee te tellen] 2. dat is sp...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-23
Culinair van a tot z

Peter Joh. M. Zuidweg (2016)

spek

De min of meer dikke vetlaag, die zich onder de huid van het varken bevindt. Spek komt vers, gezouten, gerookt of licht gerookt in de handel. Spek verdeeld men in twee categorieën, te weten: a. Vet spek b. Mager spek ​

2024-02-23
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

spek

- het spek aan zijn been hebben, in de penarie zitten, ergens de schuld van krijgen, de dupe zijn. Woensdag word ik jarig, 39 jaar en bij winst tegen Middelkerke had ik ze een etentje beloofd. Ik heb nu natuurlijk het spek aan mijn been maar het is met plezier gedaan. - HN, 29-01-2003.

2024-02-23
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc de Coster (1998)

Spek

het - weg hebben, eufemistische uitdr. uit de 18de eeuw voor ‘zwanger zijn’, maar ook voor ‘syfilis hebben’. Zie ook Spaanse kraag/pokken/wesp.

2024-02-23
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

spek

In de gemeenz. uitdr. het spek aan zijn been hebben, in de penarie zitten, ergens de schuld van krijgen, in de luren gelegd zijn enz. Als je ergens in de luren wordt gelegd, zegt men in Vlaanderen: Ik heb weer het spek aan mijn been, BOON 1972, 117.

2024-02-23
Biologische encyclopedie

G. Th. van Kempen (1974)

spek

vetweefsellaag bij het varken.

2024-02-23
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

spek

(het), (ook, scholierentaal:) geld. -Etym.: (a) Het kan een vervorming zijn van het syn. specie, (b) Vgl. de AN uitdr. ‘zijn zak spekken’ = zich verrijken. Van Dale legt dit uit als: volstoppen met iets (geld) dat met spek (onderhuids vet van een varken) vergeleken wordt. In enige veroud. AN uitdr. betekent ‘spek’ vaak &lsqu...

2024-02-23
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

spek

laag vet onder die vel by sommige diere; varkspek.

2024-02-23
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Spek

is de onderhuidse vetlaag, die bij het varken wordt afgezet. De dikte van de speklaag is afhankelijk van het varkensras, van de leeftijd van het varken, van de voeding en van het gewicht. Toen vroeger de levensstandaard lager was, werd in de grote steden en industriecentra door de arbeiders veel s. gegeten, evenals op het platteland. Ook was er vri...

2024-02-23
Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. (1954)

Spek

als voedsel, zie vlees.

2024-02-23
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Spek

s.n., spek (it); doorregen —, trochgroeid spek, prokkereursspek (it); voor — en bonen, foar spek en brea; uit het — springen, jinsels út it spek wrotte.

2024-02-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Spek

I. SPEK m. (-ken), (Zuidn.) suikerballetje, babbelaar. II. SPEK o., 1 laag vast vet tussen huid en vlees bij varkens, walvissen en andere grote zeedieren: het spek der walvissen wordt in flenzen gesneden ; — stof waaruit deze laag bestaat: een stuk, een zij spek ; van het spek der walvissen kookt men traan ; vers, gezoute...

2024-02-23
Humoristisch woordenboek

H. Moritsen (1939)

Spek

Niet voor jouw bek.

2024-02-23
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

spek

I. o. (laag onderhuids vet bij sommige dieren): het spek v. e. varken, v. e. rob, v. e. walvis; versspek, gerookt spek; zie zultspek; lardeerspek; zegsw. met spek schieten, opsnijden; dat is geen spek voor jouw bek; met spek vangt men muizen; zij vallen van weelde uit het spek, d. i. achten hun geluk niet; zie boon. II. spekjan, m. spekken (scheldn...

2024-02-23
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Spek

onderhuidsche vetlaag (70% vet) hij dieren, i/h bijzonder bij varkens.

2024-02-23
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Spek

Speklaag is bij vsch. dieren de dikke vetafzetting in het onderhuidsbindweefsel, zooals bij zwijnen, zeeroofdieren en walvisschen. Deze speklaag kan dienen als reservevoedsel of om een te groot warmteverlies tegen te gaan. Bij het varken onderscheidt men speciaal vet s., uitsluitend bestaande uit vet, en mager s., bestaande uit vet met daartusschen...

2024-02-23
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

spek

I. 1. o. Eig. vetlaag tussen huid en vlees bij sommige dieren: het van een rob, varken, walvis; doorregen, garstig, gerookt, gezouten, mager, ransig, vers, vet -; lardeer-, pekel-, rook-, zultspek; een stuk, zij-; uit het van de walvissen kookt men traan. Gez. dat is geen voor zijn bek, dat is te goed, te mooi voor hem; met schieten [met een van sp...