Wat is de betekenis van slecht?

2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

slecht

slecht - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord 1. wat minder goed is dan gemiddeld ♢ hij heeft een slechte computer die bijna niets kan 1. u treft het slecht [het komt toevallig niet goed uit] ...

Lees verder
1980
2021-01-19
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Slecht

Eigenlijk betekent slecht: effen, vlak, glad, zoals nog blijkt uit slechten: met de grond gelijk maken en beslechten. Ook in de uitdrukking recht en slecht heeft slecht nog deze betekenis. Dan gaat het woord betekenen: eenvoudig (slechte luiden), onwetend, niet deugdelijk, niet gunstig, gebrekkig (slecht gezicht). Dan zijn wij langzamerhand al geko...

Lees verder
1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Slecht

bn. bw. (-er, -st), 1. effen, glad, thans alleen in bijzonder gebruik: slecht water, slechte zee, effen, kalme zee; — vgl. Slechthamer; — (gew.) de slechte straat, de kleine stenen der straat aan de huizenkant; — een slecht en recht plafonnetje, zonder randen of versieringen,...

Lees verder
1926
2021-01-19
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Slecht

beteekent in het Oud-Hollandsch: eenvoudig, minkundig, vg. Ps. 19 : 8, 119 : 130, Hand. 4 : 13, en vele andere plaatsen.

1919
2021-01-19
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Slecht

oorspronk. = effen, vlak; dan: simpel, eenvoudig, gering; dan: niet goed, kwaad. Vgl. een derg. overgang in simpel (eenvoudig, dan onnoozel, idioot), onnoozel (onschadelijk, dan idioot), ook in ’t hgd. einfältig = idioot. Voorbeelden van de oudere bet. vinden we nog in slecht en recht; een weg, een gebouw slechten.

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SLECHT

SLECHT - bn. bw. (-er, -st), effen, glad: slecht water, slechte zee, effen, kalme zee; iets slecht maken met den slechthamer ; — (gew.) de slechte straat, de kleine steenen der straat aan den huizenkant; — een slecht en recht plafonnetje, zonder randen of versieringen, glad, eenvoudig; — (gew.) eenvoudig: een goede, slechte man,...

Lees verder
1898
2021-01-19
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Slecht

zie Boos, zie Effen.