Wat is de betekenis van Schudden?

2018
2022-08-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

schudden

schudden - regelmatig werkwoord uitspraak: schud-den 1. het een aantal keren bewegen ♢ ik schud het pak melk 1. nee schudden [je hoofd van links naar rechts bewegen] ...

Lees verder
2002
2022-08-18
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Schudden

Het ruimen van een graf om het eventueel voor een nieuwe begraving te gebruiken. Het zand wordt 'geschud' op een grote zeef om eventuele botrestjes er uit te halen. De overblijfselen worden dieper in hetzelfde graf bijgezet. waardoor ruimte wordt vrijgemaakt voor een nieuwe bijzetting. zie ook: ruimen, opgraven.

1998
2022-08-18
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Schudden

het wel kunnen -, iets wel kunnen vergeten, geen hoop meer moeten hebben. Syn. schrijf dat maar op je buik. Meestal gezegd wanneer iets (tegen de verwachting in) niet doorgaat. Vgl. de gelijkaardige Surinaamse uitdr. het wel kunnen vegen. Een ietwat hippere variant (vooral gebruikelijk onder jongeren) is: het wel kunnen shaken. Beide uitdr. ontston...

Lees verder
1998
2022-08-18
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

schudden

Het door elkaar mengen van de kaarten voorafgaand aan het delen. Ook: wassen.

Lees verder
1981
2022-08-18
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

schudden

Na een aantal jaren wordt een graf of een heel kerkhof geschud, d.w.z. de overgebleven beenderen worden opgegraven en gezamenlijk bijgezet in daartoe bestemde grond of in een zogenaamd knekelhuis.

1973
2022-08-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Schudden

(schudde, heeft geschud), 1. met min of meer kracht ritmisch heen en weer of op en neer bewegen: een drankje schudden, zodat de bestanddelen zich goed vermengen; iemand door elkaar schudden, bij wijze van straf; het bed schudden, het opmaken; de kaarten schudden, zodat de volgkaarten goed verspreid raken; (fig.) de kaarten zijn (al) geschud, de zaa...

Lees verder
1965
2022-08-18
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

SCHUDDEN

Het op de benen, op handen en voeten, of op de rug heen en weer bewegen komt vrij veel voor bij kinderen, vooral in opvangcentra voor kinderen (weeshuizen, kindertehuizen).Op zich gaat het hier niet om → pathologisch gedrag, want ieder kind vertoont tijdelijk dit gedragspatroon. In weeshuizen, echter, kan dit gedrag zich zeer intens en hevig v...

Lees verder
1952
2022-08-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Schudden

v., skodzje; (schokken), stjitte, hoarte; (schommelen), huottelje, dinderje, skolferje, ruttelje; (door elkaar —), hutselje; (van graan, tegen bederf), omstjitte; door — uit de plooien brengen, forronselje.

1950
2022-08-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Schudden

(schudde, heeft geschud), I. overg., 1. met min of meer kracht rhythmisch heen en weer of op en neer bewegen : een bus met loten schudden; een drankje schudden, zodat de bestanddelen zich goed vermengen ; — een ton aardappelen schudden, opdat de aardappelen dichter bij elkaar komen; — iem. door elkaar schudden,...

Lees verder
1937
2022-08-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

schudden

schudde, h. geschud (1 over een korte afstand met zekere kracht heen en weer of op en neer bewegen, inz. als een herhaalde handeling; 2 door een beweging als onder 1 beschreven, op of van een plaats brengen; 3 over een korte afstand herhaaldelijk achtereen heen en weer of op en neer bewogen worden; 4 door het lichaamsdeel, waarmede men de zaak heef...

Lees verder
1898
2022-08-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SCHUDDEN

SCHUDDEN - (schudde, heeft geschud), met min of meer kracht heen en weder bewegen of doen bewegen: een ketel schudden, om te hooren of er nog iets in is ; — eene ton aardappelen schudden, zoodat de aardappelen dichter bij elkander komen; elkander de hand schudden, bij eene begroeting, of een afscheid; — met het hoofd schudden, van oude...

Lees verder
1898
2022-08-18
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Schudden

zie Daveren.

1573
2022-08-18
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Schudden

Quatere, quassare, agitare, vibrare, concutere, quatefacere. germ. erschutten: gal. escouer: ital. scuottere: hisp. sacudir: ang. shak.

Lees verder