Wat is de betekenis van samen?

2018
2022-07-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

samen

samen - bijwoord uitspraak: sa-men 1. bij of met elkaar ♢ we gaan samen naar de markt 1. het is samen 100 gulden [totaal 100 gulden] 2. die twee hebben iets samen...

Lees verder
1952
2022-07-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Samen

adv., meiinoar, byinoar, meielkoar, byelkoar.

1950
2022-07-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Samen

SAAM, samentr. van TE ZAMEN, bw., 1. bij elkaar, in eikaars gezelschap, bijeen (als een geheel beschouwd): zij zitten samen voor het raam, staan samen aan de deur; — veelal wordt bij samen slechts aan twee personen gedacht (vgl. 6.); ook : allen bij elkaar : nu wij hier samen zijn, wil ik u een voorstel doen ; — ...

Lees verder
1933
2022-07-07
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Samen

herstellingsoord i/h Zwitsersche kanton Obwalden, 5600 inw., 470 m boven zee.

1898
2022-07-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Samen

Samen - TE ZAMEN, bw. bij elkander : zij zitten samen voor het raam, staan samen aan de deur; — allen bij elkander : nu wij hier samen zijn, wil ik u een voorstel doen; — goeden avond, samen, gemeenzame avondgroet; — met elkander : samen op reis gaan; samen handel drijven; samen zingen; zij hebben samen ruzie; — zij zijn...

Lees verder
1898
2022-07-07
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Samen

zie Bijeen, zie Aaneen, zie Ondereen, zie Onderling.

1869
2022-07-07
Geographisch

Geographisch-woordenboek

Samen

voormalig dorp op Java, resid. Djokdjokarta, 19 Ocl. 1827 in de asch gelegd door de nederl. troepen, nadat die er daags tc voren eene overwinning op de muitelingen behaald hadden.