samen betekenis & definitie

samen - bijwoord
uitspraak: sa-men

1. bij of met elkaar
we gaan samen naar de markt
1. het is samen 100 gulden
[totaal 100 gulden]
2. die twee hebben iets samen
[een liefdesverhouding]
3. samen uit samen thuis
[wat je samen begint moet je samen afmaken]

Bijwoord: sa-men

Synoniemen
bijeen, gezamenlijk, tezamen

Tegenstellingen
afzonderlijk, alleenstaand, apart