Wat is de betekenis van Reden?

2018
2022-12-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

reden

reden - zelfstandig naamwoord uitspraak: re-den 1. waardoor het komt ♢ om organisatorische redenen is de wedstrijd afgelast 2. waarom je het doet of vindt ♢ vertel eens wat jouw redenen zijn...

Lees verder
1992
2022-12-06
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Reden

Een reden kan een oorzaak zijn, zoals in ‘de reden van de explosie’, of een factor in een verklaring, zoals in ‘de reden waarom er oneindig vele priemgetallen zijn’, en evenals bij rede rijzen er problemen in de praktische sfeer: wat is het verband tussen redenen om iets aan te nemen en redenen om te handelen? Alleen de eerste vormen bewijsmateriaa...

Lees verder
1991
2022-12-06
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Reden

Grond, oorzaak, aanleiding tot iets. Gewichtige reden en dringende reden. Zie Ontslag.

1980
2022-12-06
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

reden

zie oorzaak

1952
2022-12-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Reden

s., reden; om die —, út dy reden, troch dy wei; dat is de —, dat docht it him.

1951
2022-12-06
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Reden

spreken; een redevoering houden; einem das Wort reden, iem. verdedigen; viel Redens von etwas machen, veel ophef maken van iets; einem ins Gewissen reden, op iemands gemoed werken; ins Reden kommen, aan 't praten komen.

1950
2022-12-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Reden

I. v., 1. (-s), verhouding, betrekking tussen een grootheid en een andere: een evenredigheid bestaat uit twee gelijke redens; in omgekeerde reden; in reden van; — meetkundige, rekenkundige reden, zie bij M en R; 2. (-en), datgene wat de mens doet handelen of tot iets brengt, drijfveer, grond, b...

Lees verder
1949
2022-12-06
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Reden

(wisk.), z Meetkundige en Rekenkundige reeks.

1939
2022-12-06
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Reden

Vertaling van Gr. ; als zodanig te verkiezen boven verhouding, dat in de omgangstaal ook nog andere betekenissen heeft. Bovendien past de term reden bij de termen evenredig en evenredigheid.

1937
2022-12-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

reden

I. v. in bet. 1 redenen, in bet. 2 redens (1 beweeggrond, grond, oorzaak; 2 rekenk. verhouding): 1. wat is de reden van uw stilzwijgen? om redenen van gezondheid; gegronde redenen; reden te meer om; daar heb ik mijn reden voor; zonder enige reden; niet zonder reden; iem. reden doen verstaan, hem tot rede brengen; iemand wel of geen reden geven tot...

Lees verder
1930
2022-12-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

reden

('re:dən) v. (-s) [eig. rede (II II) .→. door de rede gevonden] Wisk. verhouding tussen twee grootheden : de hoeveelheden verhouden zich in van zeer eenvoudige gehele getallen ; in 64 = 2, is 2 een rekenkundige omdat het aanduidt hoeveel het ene getal meer is dan het andere ; in 8 : 4 — 2, is 2 een meetkundige omdat het aanduidt hoe...

Lees verder
1916
2022-12-06
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Reden

Reden, - verhouding ; bijv. 12 staat tot 16 in reden van 3 tot 4. De gelijkstelling van 2 redens geeft een evenredigheid, bijv. a:b = c: d; a : b heet de eerste, c : d de tweede reden.

1910
2022-12-06
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Reden

Reden - zie Verhouding.

1908
2022-12-06
Vivat

Schrijver op Ensie

Reden

datgene waarop een redeneering steunt, beweeggrond, drijfveer.

1898
2022-12-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Reden

Het begrip reden heeft 2 verschillende betekenissen: 1. reden - reden - v. (-en), datgene wat zeker gevolg met zich kan brengen, datgene wat den mensch doet handelen, beweegreden: tot nog toe hebt gij geene reden om hem te wantrouwen; ik zie er de reden niet van in; daar is geen reden voor; — ik heb er mijne reden voor, ik doe het niet uit w...

Lees verder
1898
2022-12-06
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Reden

zie Beweegreden.

1870
2022-12-06
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Reden

Reden (Friedrich Wilhelm Otto Ludwig, vrijheer von), een uitstekend statisticus, geboren den 11den Februarij 1804 te Wendlinghausen in het vorstendom Lippe-Detmold, trad eerst in Hannoversche en daarna in Pruissische staatsdienst, was in 1848 lid van het Parlement te Frankfort en voegde zich aldaar bij de linker zijde, zoodat hij op wachtgeld werd...

Lees verder
1869
2022-12-06
Geographisch

Geographisch-woordenboek

Reden

dorp in Gelderland. Zie RHEDEN.

1864
2022-12-06
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Reden

Reden, v. (-en), drijfveer (eener handeling), oorzaak, beweeggrond; om -, ter oorzake van. *-, verhouding, betrekking tusschen eene grootheid en eene andere; meetkunstige -, getal dat aanduidt hoeveel maal de eene grootheid in de andere begrepen is; rekenkunstige -, getal dat aanduidt hoeveel het eene getal meer is dan het andere.

1573
2022-12-06
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

reden

Loqui, fari, sermocinari, ratiocinari, disserere. Germani superioresplerumque rede & reden: inferiores redene & redenen dicunt. reade, ang. i. recitare, legere.

Lees verder