Wat is de betekenis van poepen?

2024-05-20
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-20
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

poepen

1) (19e eeuw) (inf.) zijn behoefte doen; zich ontlasten. Klanknabootsend gevormd. Als aantekening van Guido Gezelle: “Poeppen, gevoeg doen (te Honsbeke). Men zegt het van kleine kinders.” In de zin van ‘een wind laten’ reeds opgetekend in de 16e eeuw (reeds bij Corn. Kilianus, Etymologicum teutonicae linguae). In deze beteke...

2024-05-20
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

poepen

poepen - regelmatig werkwoord uitspraak: poe-pen 1. onverteerd voedsel door je anus naar buiten laten komen ♢ ik ga naar de WC om te poepen Regelmatig werkwoord: poe-pen ik poep jij/u po...

2024-05-20
Typisch Vlaams woordenboek

Ludo Permentier en Rik Schutz (2015)

poepen

neuken Ze leidt de mensenslang als een majorette, zwaaiend met haar paraplu, zwiepend met haar handtas. Geluk maakt overmoedig. ‘Ik sta heet,’ roept ze in het wilde weg, ‘ik sta heet, wie wil er mij poepen?’ (Tom Lanoye, Sprakeloos) In tegenstelling tot wat Nederlanders soms denken is dit in België geen...

2024-05-20
Dokterswoordenboek

Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt (2010)

poepen

1) Het leegmaken van de endeldarm wanneer daar poep in zit; 2) neuken (in België). 1) Het laatste stuk van de dikke darm, het anale kanaal, is omgeven door een kringspier die je zelf kunt aansturen. Dat betekent dat je zelf kunt bepalen wanneer je toegeeft aan de drang om te poepen. Zo kun je poepen op plaatsen en ogenblikken die jou uitkomen, niet...

2024-05-20
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

poepen

(poepte, gepoepte) <vulgair> vrijen, neuken, geslachtsgemeenschap hebben. Ik ben daar niet binnengegaan met de bedoeling te choqueren. Nu klinkt het alsof ik voor de camera ben gesprongen en beffen, poepen, kut heb geroepen. Ik heb het publiek wat opgewarmd, al zeg ik het zelf. Ik heb geen dwazigheden zitten verkondigen of flauwe grappen gede...

2024-05-20
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

poepen

Alleen in het zuiden van het taalgebied noteerde ik de verwensing ga nou gauw poepen! De betekenis daarvan correspondeert met een bruusk rot op! en sodemieter op! Het is een uiting van woede en andere frustratie. Verzwakt betekent het ook: ‘ga nou toch heen, kom nou toch’, als reactie op een onjuiste bewering en dus...

2024-05-20
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

poepen

In de gemeenz. spreekt, het meest gangbare woord voor: geslachtsgemeenschap hebben, coïteren; (gemeenz.) naaien, neuken enz. Afl.: poeper, inz. als scheldw. in toep. op iem. die (vaak) coïteert: vuile poeper, neuker.

Wil je toegang tot alle 14 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-20
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans (1977)

poepen

poepen - coïteren. In VI. Belg. het meest gangbare woord hiervoor en van daaruit enigszins bekend geraakt, maar zelden gebruikt, in het milieu van de Rotterdamse prostitutie (endt); eig. ‘(met de poppen) spelen’. In N.-Ned. poppen (zie ald.).Hierbij: poepe, prostituée (Aant. gezelle).