poepen betekenis & definitie

1) Het leegmaken van de endeldarm wanneer daar poep in zit; 2) neuken (in België).

1) Het laatste stuk van de dikke darm, het anale kanaal, is omgeven door een kringspier die je zelf kunt aansturen. Dat betekent dat je zelf kunt bepalen wanneer je toegeeft aan de drang om te poepen. Zo kun je poepen op plaatsen en ogenblikken die jou uitkomen, niet onverwacht midden in een kamer, een klaslokaal of een bus. Als je een gevoel van aandrang krijgt, op de toiletpot gaat zitten en besluit je endeldarm leeg te maken, ontspant de sluitspier van de anus (het poepgaatje) zich. Spieren in de dikke darm trekken zich dan samen. Daardoor komt er druk op de inhoud van de endeldarm en wordt de poep naar buiten geduwd.

Hoe en wanneer mensen hun darmen op een natuurlijke manier leegmaken, dat verschilt van persoon tot persoon. Bij de meeste mensen gaat poepen ’s ochtends het gemakkelijkst. Veel mensen krijgen een halfuur tot een uur na het ontbijt aandrang. Hoe het poepen dan verloopt, hangt af van wat je gewoonlijk eet, of je stress hebt, medicijnen gebruikt, of je een ziekte hebt en hoe je gewend bent te poepen (snel-snel, of op je gemak met een stripboek op schoot of de radio aan). Gaat het poepen moeilijk of niet snel genoeg naar je zin, dan span je je buikspieren aan om de druk te verhogen. Je sluit dan automatisch je keel af om geen lucht uit de longen te laten ontsnappen. Dat heet ‘persen’. Daar kun je aambeien van krijgen. Er komt dan bloed op het wc-papier doordat aderen bij het poepgaatje kapotgaan.

Volwassenen en oudere kinderen kunnen poepaandrang weerstaan totdat ze een wc hebben bereikt en de stoelgang kan beginnen. Jonge kinderen beheersen de anuskringspier nog niet zo dat ze poep kunnen tegenhouden. Ze zijn dan nog niet zindelijk.
2) Het werkwoord ‘poepen’ heeft in België een extra betekenis: die van ‘seks met neuken’. Nederlanders die in België in het ziekenhuis komen te liggen, kunnen beter vragen waar de wc is dan waar ze daar kunnen plassen of…

Ook defecatie, stoelgang, het defeceren, het zich ontlasten, de behoefte doen.