Wat is de betekenis van Persoon?

2024-02-25
Begrippen Over taal

Taaladvies (2017)

Persoon

De grammaticale term 'persoon' heeft betrekking op het onderscheid tussen de spreker (eerste persoon), de toegesprokene (tweede persoon) en degene over wie of datgene waarover wordt gesproken (derde persoon). Alle 'personen' kunnen zowel enkelvoudig als meervoudig zijn. In de derde persoon enkelvoud wordt bovendien onderscheid in geslacht gemaakt:...

2024-02-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

persoon

persoon - zelfstandig naamwoord uitspraak: per-soon 1. afzonderlijke mens ♢ uit hoeveel personen bestaat de groep? 1. vijf gulden per persoon [voor elke mens vijf gulden] ...

2024-02-25
Woordenboek van het Kadaster

Kadaster (2017)

Persoon

Een persoon is een natuurlijk persoon of een niet-natuurlijk persoon.

2024-02-25
Lexicon antroposofie

Henk van Oort (2010)

Persoon

Ook: persoonlijkheid. In de toneelkunst van de klassieke oudheid werden maskers gebruikt waardoorheen de acteur sprak. Het masker werd in het latijn ‘persona’ genoemd (per- sonare = doorheen klinken). Een persoon of persoonlijkheid is een gestalte waardoorheen iets anders klinkt.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-25
Lexicon voor de kunstvakken

Wouter van Boesschoten, Wieneke van Breukelen, Ton Konings m.m.v Henriette Coppens, Eefje Lonis, Jos van Waterschoot & Simon Wienke (2002)

persoon

Persoon is de neutrale aanduiding van danser in dansanalyse.

2024-02-25
Basisboek Recht

O.A.P. van der Roest (2000)

Persoon

Rechtssubject.

2024-02-25
Termenlijst taaluniversum

NN (2000)

Persoon

De grammaticale term `persoon` heeft betrekking op het onderscheid tussen de spreker (eerste persoon), de toegesprokene (tweede persoon) en degene over wie of datgene waarover wordt gesproken (derde persoon). Alle `personen` kunnen zowel enkelvoudig als meervoudig zijn. In de derde persoon enkelvoud wordt bovendien onderscheid in geslacht gemaakt.

2024-02-25
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers (2017)

Persoon

Bepaalde moderne auteurs gebruiken ‘persoon’ als technische term voor een type entiteit dat verschilt van zowel materiële objecten als van geesten zonder lichaam. P.F. Strawson betoogt dat personen niet tot deze zaken herleidbaar zijn. Hij onderscheidt M-predikaten, die toepasselijk zijn op zowel materiële lichamen als op personen (bijvoorbeeld 60...

2024-02-25
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

persoon

: een of de persoon, iemand, ‘je’ e.d. Het is een zeer alg. manier om een (nog) onbekende of niet nader genoemde persoon aan te duiden, ook in gevallen waar in het AN een pers. vw. gebruikt zou worden. Ik eh... ik ben gomma komen kopen! W' heeft gezegd dat ik verkoop? Eh... een persoon! (Cairo 1978b: 329); hier: iemand. De tamanoe...

2024-02-25
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

persoon

mens, indiwidu; toneelspeler.

2024-02-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Persoon

s., persoan; per —, de man.

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Persoon

(<Lat.-Fr.), m. en v. (...sonen), 1.( oudh.) het masker van een toneelspeler; (bij uitbr.) rol van een toneelspeler, de door hem voorgestelde persoonlijkheid: dit stuk bestaat uit vijf personen; — stomme personen, figuranten; 2. zelfstandig optredend menselijk wezen; individu: aanzienlijke, vorstelijke personen...

2024-02-25
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Persoon

(Lat.) (1), in de oudheid masker van toneelspeler, vandaar rol, voorgestelde persoonlijkheid; (2) (filos.) verstandelijk individu; (3) (theol.) in God zijn 3 Personen, die dezelfde natuur bezitten (mysterie der Drieëenheid); (4) (spraakk.) klasse der pers. voornaamwoorden, werkwoordsvorm; (5) (jur.) ieder wezen, dat drager van rechten kan...

2024-02-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

persoon

m. en v. personen, persoontje (Lat. persona, Fr. personne: 1 toneel: rol; speler; 2 uit een afzonderlijk zelfstandig wezen bestaand, een individu; 3 het levende lichaam v. e. menselijk wezen; 4 iems. individuele persoonlijkheid; 5 een persoonlijk wezen, in tegenstelling met een zaak; 6 rechtst. een menselijk wezen of een lichaam [vereniging enz.],...

2024-02-25
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Persoon

1° (Philos.) Oorspronkelijk beteekende p. het typische masker (Gr. pros oopon = vóór het gelaat; ook = persoon), dat op het Grieksche tooneel bepaalde, geregeld optredende personages moest voorstellen. Daar het steeds openluchtvoorstellingen waren, diende dit masker door zijn constructie tevens als geluidsversterker (per sonare =...

2024-02-25
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

persoon

(per’so:n) m. en v. (...sonen; -tje) [Metf. van I II 2] I. Eig. 1. Algm. mens die al of niet handelend optreedt, individu : vervoer van ...sonen en zaken; een vereniging van ...sonen; het kost één frank per -; de aangewezen voor iets zijn; de aangesproken -; ons gezin bestaat uit acht ...sonen; dekken voor tien ...sonen; een vre...

2024-02-25
Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Persoon

Persoon - (Persona, zie boven, masker en ook rol der tooneelspelers), de afzonderlijke, individueele mensch, in zoover hij gedacht wordt als een redelijk, geestelijk, zelfbewust en zichzelfbepalend en dus aan zedelijke beoordeeling onderworpen wezen. Tegenstelling: „zaak”, het onpersoonlijke, onvrije, onzelfstandige ding of object, dat nooit zooals...

2024-02-25
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

persoon

[Lat. persona, toneelmasker dat een karakter of functie aanduidde en daardoor voor het publiek herkenbaar was], m. (-sonen), 1. toneelrol: dit stuk bestaat uit vijf personen; stomme personen, figuranten; 2. zelfstandig optredend menselijk wezen; individu: hij bevond zich in gezelschap van twee andere personen; ons gezin bestaat uit zes personen; e...

2024-02-25
Vivat's Geïllustreerde Encyclopedie

J. Kramer (1908)

Persoon

de enkele mensch, de enkeling, het individuum, als zelfstandig en bewust handelend wezen.

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Persoon

Persoon m. en v. (...sonen), (eig.) het masker van een tooneelspeler; (bij uitbr.) rol van een too neelspeler; de door hem voorgestelde persoonlijkheid : dit stuk bestaat uit 5 personen; wie speelt de hoofdpersoon ?; — zelfbewust individu : de theologie onderscheidt in God drie personen; Vader, Zoon en Heiligen Geest; in fabels treden dieren...