Wat is de betekenis van persoonlijk?

2018
2020-11-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

persoonlijk

persoonlijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: per-soon-lijk 1. van of voor iedere persoon afzonderlijk ♢ ze geven hem veel persoonlijke aandacht 2. wat met een bepaalde persoon te maken heeft ...

Lees verder
1898
2020-11-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Persoonlijk

Persoonlijk bn. bw. den persoon betreffend, daartoe behoorend : iemands persoonlijke hoedanigheden; eene persoonlijke beleediging; een persoonlijk feit; — een persoonlijk recht, recht dat iemand als persoon heeft, wel te onderscheiden van personenrecht; — een persoonlijk onderhoud, met den persoon zelf; — iem. persoonlijk kennen...

Lees verder