Synoniemen van oppassen

2019-12-05

oppassen

oppassen - regelmatig werkwoord uitspraak: op-pas-sen 1. je aandacht erbij houden ♢ je moet goed oppassen, anders val je 2. toezicht op een kind houden ♢ wil je vanavond oppassen als wij naar de film gaan? Regelmatig werkwoord: op-pas-sen ik pas op (... ik oppas)

  • 2019-12-05

    Oppassen

    Oppassen (paste op, heeft opgepast), beproeven of het eene voorwerp op het andere past of sluit: een hoed oppassen; kurken oppassen; — bedienen, in dienst zijn van...; een heer oppassen; een zieke oppassen, bij hem waken; — waarnemen, bespieden, begluren, nagaan, gadeslaan; — zorg dragen : pas op, dat gij niet valt; — achtgeven, op zijne hoede zijn : voor hem moet ge oppassen, het is een slimme rot; — (gew.) pas op als het waar is, het is niet waar, gij hebt het mis; — vlijtig zijn,...