Wat is de betekenis van omloop?

2019
2020-12-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

omloop

omloop - Zelfstandignaamwoord 1. het in de rondte gaan, een kringloop bijv. bloedsomloop 2. de omwenteling van een voorwerp dat zich om een middelpunt beweegt (-> omloopbaan) 3. rondlopende galerij, een omgang 4. (medisch) om de vinger of nagel lopende nagelriemontsteking, paronychia 5. criterium 6. parcours, circuit omloop -...

Lees verder
2018
2020-12-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

omloop

omloop - zelfstandig naamwoord uitspraak: om-loop 1. loopruimte aan de buitenkant van een toren ♢ via de omloop konden we bij de klok 1. in omloop zijn [in gebruik zijn] ...

Lees verder
2017
2020-12-02
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Omloop

Omloop - wielerwedstrijd waarbij de finish nabij het startpunt is gesitueerd. Eventueel bestaat het parcours uit een aantal ronden. Fr. circuit.

2016
2020-12-02
Probos

Begrippenlijst Stichting Probos

Omloop

Omloop is het interval tussen aanleg en oogst van een opstand.

2015
2020-12-02
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

omloop

circuit Tot verbijstering van zijn ploegmaats nam hij zijn wasgerief mee naar de omloop, zodat hij zich meteen kon verfrissen als hij opgaf. (Sport Voetbalmagazine) Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid: 7 Vlaamsheid: 2

Lees verder
2010
2020-12-02
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

omloop

omloop: wedstrijd met start en aankomst op dezelfde plaats.

2009
2020-12-02
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

omloop

Wielerwedstrijd waarbij de finish nabij het startpunt is gesitueerd. Eventueel bestaat het parcours uit een aantal ronden; rondrit; criterium. ‘De Omloop’ slaat ook op de echte openingsklassieker van het Belgische wielerseizoen, met een parcours van ca. 200 kilometer. De eerste editie van ‘Omloop Het Volk’ werd gereden in 1945 en gesponsord door de...

Lees verder
2009
2020-12-02
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

omloop

(de; omlopen) 1 - rondrit, criterium, wedstrijd met start en finish in dezelfde plaats. • De Omloop Het Nieuwsblad, voorheen gekend als Omloop Het Volk en soms afgekort tot Het Volk, is een eendaagse Vlaamse wielerwedstrijd, vooral bekend omdat het de opening is van het wielerseizoen in België in het algemeen en Noord-Europa in het bijzonder. De we...

Lees verder
1981
2020-12-02
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Omloop

(panaritium): ontstekingverwekkers zijn door kleine verwondingen diep of ondiep in het vingerweefsel doorgedrongen. Rode verkleuring, zwelling, pijn en kloppend gevoel, etterontwikkeling. Diepe ontstekingen leiden afhankelijk van de plaats tot peesschede, beenvlies- en beenderontsteking. Lymfstrengenontsteking, ontsteking van de plaatselijke /jw/kn...

Lees verder
1974
2020-12-02
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

omloop

bacteriële ontsteking van de nagelwal.

1973
2020-12-02
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

omloop

m., 1. het omlopen, het omvloeien: de geregelde — van het bloed; 2. het omwentelen van voorwerpen die zich om een middelpunt bewegen, m.n. van de hemellichamen: de — van de raderen van een uurwerk; de — van de aarde om de zon; 3. het omgaan van hand tot hand, het zich verspreiden in verschillende richting: goudgeld is niet meer in...

Lees verder
1958
2020-12-02
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

OMLOOP

In het noordwesten een perceel (bouw)land, dat een groter perceel min of meer insluit. zie Waar. Zie: Fr. Plaknammen v (1952), 80; Spahr van der Hoek, Fr. landb. ir, 608-611.

Lees verder
1940
2020-12-02
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Omloop

zie: Circulatie.

1916
2020-12-02
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Omloop

Omloop, - in den boschbouw de leeftijd, waarop het bosch gemiddeld wordt geveld. Is voor een boschbedrijf b.v. een 50-jar. omloop vastgesteld, dan worden de verschillende bosschen in dat bedrijf gemiddeld op dien leeftijd gekapt. In ons land is de omloop van een grove-dennenbosch bestemd voor mijnhout meestal 40—50 jaar, van eikenhakhout 10 jaar.

Lees verder
1910
2020-12-02
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Omloop

Omloop - in omloop zijn: van hand tot hand gaan, zich verspreiden in alle richtingen.

1898
2020-12-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Omloop

omloop, m. het omloopen, het omvloeien : de geregelde omloop des bloeds; — het omwentelen van voorwerpen die zich om een middelpunt bewegen, inz. van dc hemellichten : de omloop van de raderen van een uurwerk; de omloop der zon; — het omgaan van hand tot hand, het zich verspreiden in verschillende richting : het geld slijt in den omloo...

Lees verder