Wat is de betekenis van omloopstijd?

2026-01-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Omloopstijd

m. (-en), 1. tijd waarin een hemellichaam zijn omloop volbrengt: siderische of periodische omloopstijd; 2. (bosb.) vastgestelde tijdruimte waarbinnen alle tot hetzelfde bosbedrijf behorende houtopstanden van dezelfde soort eenmaal geveld en vernieuwd worden.

Wil je toegang tot alle 9 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2026-01-14
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

omloopstijd

omloopstijd - Zelfstandignaamwoord 1. De alternatieve spellingsvorm van omlooptijd die ook in 'Woordenlijst Nederlandse Taal Officiële spelling' staat. Woordherkomst samenstelling van omloop en tijd met het invoegsel -s-