Wat is de betekenis van korten?

2025-12-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Korten

(kortte, heeft en is gekort), I. overg., 1. in lengte doen verminderen, korter maken : het haar korten; de nagels korten ; een vogel de vleugels korten; — (fig.) iem. de vleugels korten, hem kortwieken, zijn macht besnoeien ; 2. aftrekken, inhouden (bij een betaling): tien gulden op rekening korten; 5 % korten...

2025-12-16
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

korten

korten - Werkwoord 1. (ov) in geldbedrag verlagen De uitkering werd flink gekort toen duidelijk werd dat de man wel voor een deel kon werken.

2025-12-16
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

korten

korten - regelmatig werkwoord uitspraak: kor-ten 1. minder geld uitgeven ♢ ze hebben hem gekort op zijn uitkering Regelmatig werkwoord: kor-ten ik kort jij/u kort ...

2025-12-16
Woordenboek van Eufemismen

Marc de Coster (2004)

korten

Politiek eufemisme voor bezuinigen, verminderen. Een bekend voorbeeld is het korten van ambtenarensalarissen. Wellicht voor het eerst vermeld door Bunge. Andere populaire metaforen zijn o.a. inkrimpen*, snoeien*. Gemeenten korten op budgetten. Kop in NRC Handelsblad, 09-11-94 Wim Kok geeft een persconferentie waarop hij volgens de Volkskr...

2025-12-16
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

korten

- dat kort niet, dat is niets gekort, dat helpt niet, het is vergeefse moeite.

2025-12-16
Politiek woordenboek

Marco Bunge (1985)

Korten

Bezuinigen, verminderen. Bekend is het korten van ambtenarensalarissen en sociale uitkeringen. In afwijking van bestaande koppelingen wordt dan extra op salarissen en uitkeringen bezuinigd. Maar er kan ook sprake zijn van een korting op het begrotingstotaal van een minister.

2025-12-16
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

korten

Helpen, baten, vooral in de verb. (dat is) niks gekort, dat helpt niet, (dat is) vergeefse moeite, dat doet niets ter zake. Ondertussen probeerde de oude man ... een vuurken aan te maken. Pitjevogel, die zag dat het niet ging, vroeg bereidwillig: „Wil ik u helpen?” „Het kort niets, het is nat hout,” antwoorde de man,...

2025-12-16
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Korten

(1) K., beuken of punten is een bewerking van het zaad van granen ter verwijdering van kafnaalden en bastpunten; het zaad krijgt een hoger hl-gewicht en kan gemakkelijker gezaaid worden. De bewerking gebeurt gewoonlijk in een beuker. (2) Het treden van boekweitzaad (z. Boekweit) voor het verwijderen van het bloemdek.

2025-12-16
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Korten

v., koart(sj)e; de dagen —, de dagen forlieze, binne yn ’t forliezen.

2025-12-16
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

korten

kortte, heeft (1, 2, 3), is (4, 5) gekort; 1. korter maken: de nagels, het haar korten; fig. iem. de vleugels, de wieken korten, iems. macht besnoeien; 2. doorbrengen: de tijd korten, de avond korten met een spel; 3. aftrekken; inhouden: korten op de rekening, d.i. aftrekken; op het weekloon korten; 4. korter worden: de tijd begint te korten; 5. (Z...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-16
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

korten

(kortte, gekort) I. (heeft) 1. korter maken; de nagels, het haar -; een vogel de vleugels -. ➝ vleugel, wiek. Syn. ➝ afkorten. 2. doorbrengen: de avond met kletsen -; iemand de tijd helpen -, hem gezelschap houden. 3. minder betalen dan het verplichte bedrag: daar hij de som dadelijk betaalde, heeft men hem toegestaan 5% te -. Syn. ➝ afhouden....