Wat is de betekenis van korten?

2019
2021-09-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

korten

korten - Werkwoord 1. (ov) in geldbedrag verlagen De uitkering werd flink gekort toen duidelijk werd dat de man wel voor een deel kon werken.

Lees verder
2018
2021-09-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

korten

korten - regelmatig werkwoord uitspraak: kor-ten 1. minder geld uitgeven ♢ ze hebben hem gekort op zijn uitkering Regelmatig werkwoord: kor-ten ik kort jij/u kort ...

Lees verder
2004
2021-09-21
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

korten

Politiek eufemisme voor bezuinigen, verminderen. Een bekend voorbeeld is het korten van ambtenarensalarissen. Wellicht voor het eerst vermeld door Bunge. Andere populaire metaforen zijn o.a. inkrimpen*, snoeien*. Gemeenten korten op budgetten. Kop in NRC Handelsblad, 09-11-94 Wim Kok geeft een persconferentie waarop hij volgens de Volkskr...

Lees verder
1973
2021-09-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

korten

(kortte, heeft en is gekort), I. (overg.) 1. in lengte doen verminderen, korter maken: een vogel de vleugels —; (fig.) iemand de vleugels —, hem kortwieken, zijn macht besnoeien; 2. aftrekken, inhouden (bij een betaling): tien gulden op rekening —; 5 pct. voor contante betaling; ook met een persoon als object: de ambtenaren werd...

Lees verder
1952
2021-09-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Korten

v., koart(sj)e; de dagen —, de dagen forlieze, binne yn ’t forliezen.

1950
2021-09-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Korten

(kortte, heeft en is gekort), I. overg., 1. in lengte doen verminderen, korter maken : het haar korten; de nagels korten ; een vogel de vleugels korten; — (fig.) iem. de vleugels korten, hem kortwieken, zijn macht besnoeien ; 2. aftrekken, inhouden (bij een betaling): tien gulden op rekening korten; 5 % korten...

Lees verder
1898
2021-09-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Korten

zie Afhouden.

1898
2021-09-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Korten

Het begrip korten heeft 2 verschillende betekenissen: 1. korten - KORTEN, (kortte, heeft en is gekort), in lengte doen verminderen; korter maken: het haar korten; de nagels korten; een vogel de vleugels korten; — (fig.) iem. de vleugels korten, hem kortwieken, zijne macht besnoeien; — aftrekken, inhouden (bij eene betaling): tien guld...

Lees verder