Wat is de betekenis van Kop?

2023-03-30
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2023)

kop

1) (1989) (voetb.) plaats in het stadion (meestal achter het doel) waar de georganiseerde groep fanatieke supporters staat; afkorting van spionkop*. • Kop is het Zuidafrikaanse woord voor heuvel. Zowel in Nederland als in Vlaanderen wordt het woord overdrachtelijk gebruikt voor de luidruchtige (en dikwijls gewelddadige) supportersgroep van een...

Lees verder
2023-03-30
Woordenboek van eigentijds Nederlands

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

kop

Het begrip kop heeft 9 verschillende betekenissen: 1) hoofd van een dier. bovenste lichaamsdeel van een dier, overeenkomend met het hoofd bij de mens; hoofd van een dier. Van een paard wordt vaak gezegd dat het een hoofd heeft in plaats van een kop, omdat het beschouwd wordt als een edel dier. 2) hoofd van een mens. hoofd van...

Lees verder
2023-03-30
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

kop

kop - Zelfstandignaamwoord 1. (zoötomie) hoofd van een dier 2. (informeel), (dysfemisme) hoofd van een mens 3. (plantkunde) een groep bloemen die aan één steel zitten Bij de supermarkt kochten we een hortensia met 6 koppen 4. (gereedschap) deel van een spijker, het platte ronde deel waarop...

Lees verder
2023-03-30
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

kop

kop - zelfstandig naamwoord 1. bovenste deel van het lichaam, met ogen, neus, mond, etc. ♢ die jongen heeft een leuke kop 1. kop op! [houd moed!] 2. een kop als een boei...

Lees verder
2023-03-30
Jargon & Slang van Voetballers

Marc De Coster (2017)

Kop

Kop - afkorting van spionkop. Kop is het Zuidafrikaanse woord voor heuvel. Zowel in Nederland als in Vlaanderen wordt het woord overdrachtelijk gebruikt voor de luidruchtige (en dikwijls gewelddadige) supportersgroep van een voetbalclub. De term wordt ook in Groot-Brittannië in deze betekenis gebruikt. Het oude nummer dat in de jaren zestig door Ge...

Lees verder
2023-03-30
Golfsportwoordenboek

Jan Luitzen (2009)

kop

(de; -pen) - het onderste, uit stekende gedeelte van de golfstok waarmee de bal wordt geslagen, syn. clubhead, head, clubhoofd, hoofd, clubkop, stokkop club.

2023-03-30
Wielersportwoordenboek

Jan Luitzen (2009)

kop

(de; -pen) AL - het voorste of een van de uiterste gedeelten van iets, of dat deel waarbij men het gewoonlijk aanvat, al of niet duidelijk afgescheiden van de rest van het lichaam: op kop, aan (de) kop gaan, liggen, rijden, vooraan gaan, liggen, rijden, m.n. in een veld van deelnemers aan een wedstrijd; de kop (over)nemen, kop doen, vooraan gaan ri...

Lees verder
2023-03-30
Atletiek- en turnwoordenboek

Jan Luitzen (2008)

kop

(de; -pen) 1 LO - op kop, aan (de) kop gaan, liggen, lopen: vooraan gaan, liggen, lopen, m.n. in een veld van deelnemers aan een wedstrijd. 2 LO - de kop (over)nemen, kop doen: vooraan gaan lopen en daardoor zowel wind vangen als gangmaken.

Lees verder
2023-03-30
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

Kop

iets in zijn kop steken, iets in zijn hoofd halen Ik zat toen nog in de vijfde humaniora en had het in mijn kop gestoken dat ik een toelatingsexamen voor het Mudra wou doen. - DM, 15-09-2001. de kop voor iets hebben, talent, aanleg voor iets hebben - zijn kop uitwerken, zijn zin doordrijven - een harde kop, een stijfko...

Lees verder
2023-03-30
Woordenboek Populaire uitdrukkingen

Marc de Coster (1998)

Kop

1. de- is eraf, het begin is er; er is aangeheven (bijv. een lied). Bargoens. 2. een - als een gymschoen hebben, er niet uitzien; lelijk zijn. Jeugdtaal jaren tachtig en negentig. Vgl. een gezicht hebben als het achterbalkon van een tram. Zijn drie vrienden kijken. Maar naar de verkeerde. ‘Nee, niet die,’ zegt Raphaël. ‘Die heeft een kop als een g...

Lees verder
2023-03-30
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

kop

In het hedendaags Nederlands komen de zelfverwensingen mijn kop eraf als... en mijn kop voor mijn voeten! (‘mijn kop mag voor mijn voeten vallen, als ik de waarheid niet spreek’) nog regelmatig voor. Zij zijn tot vloek en uitroep van verbazing geworden en versterken de woorden van de spreker. Meestal dienen ze om te bluffe...

Lees verder
2023-03-30
Woordenboek Nederlandse termen van Bibliotheek en documentaire informatie

dr. P.J. van Swigchem en E.J. Slot (1990)

kop

bovenkant van een boekband; meer speciaal: bovenkant van de rug.

2023-03-30
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

kop

1. In Vl.-België veelal het gewone woord voorhoofd (van mensen) (zie ook de sam.); in deze bet. ook in versch. verb. die in de standaardt. niet (meer) voorkomen: - op de kop, precies, op de kop af: het is op de kop 100 fr.; - per kop, per persoon, per hoofd: de inkom is 10 fr. per kop; - (gewest.) kop over gat...

Lees verder
2023-03-30
Woordenboekje Nederlandse Jiddisch

H. Beem (1975)

Kop

hoofd; een harde kop, die het weer beleeft; Nieuwhoogduits Kopf.

2023-03-30
Watersport A-Z

Kramer en de Bruin (1971)

Kop

Kop - benaming waarmee soms het voorschip wordt aangeduid. Men spreekt van een volle of bolle kop. Koperen, het onderwaterschip van houten jachten met koperen platen bekleden. Het koperen werd vroeger toegepast op schepen die in zout water voeren om het schip tegen aangroei en boorwormen te beschermen. Het koper mag geen contact met ijzer hebben, d...

Lees verder
2023-03-30
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

kop

(de, -pen), (verouderend) persoon (alleen in het meervoud als teleenheid). Vroeger ja, als je een gulden hebt, een gezin van zeven koppen kan er driemaal daags van eten (William Lobo, gecit. volgens Van Westerloo & D. 7). - Etym.: In AN evenzo, echter i.h.bi bij manschappen, matrozen e.d.

Lees verder
2023-03-30
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Kop

Van een stam of een stamstuk noemt men in de bosb. het dikke uiteinde van een stam of een stamstuk de k., in tegenstelling met het dunne uiteinde, dat de top wordt genoemd.

2023-03-30
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Kop

s., kop; (van het roer), helm; op de — af, kant(ôf), op ’e kop (om ’t) ôf; op zijn — krijgen, op jins kape krije; ongelijke — en schotel, teapert, rattelmansreau (it); — en schotel, reauke (it).

2023-03-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Kop

m. (-pen), 1. klein vaatwerk van cylindrische of halfbolle vorm met platte bodem en gewoonlijk van een oor voorzien, inz. om er (niet-alcoholische dranken) uit te drinken : een witte stenen kop ; uit een kop drinken ; je moet de koppen niet te vol schenken; een kop met een schotel (ook als koppel.: een kop-en-schotel,...

Lees verder
2023-03-30
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

kop

m. koppen; 1. van mensen en dieren: hoofd; van mensen inz. (Z.-N.) of gmz.: de kop van een aap; daar is kop noch staart aan te vinden (Z.-N. geen kop aan te krijgen), begin noch einde, er is niet wijs uit te worden, geen touw aan vast te knopen; over de kop gaan, failliet gaan; met de kop tegen de muur lopen, het onmogelijke doen of willen; iets op...

Lees verder