Wat is de betekenis van kopen?

2024-06-16
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-16
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

kopen

kopen - Werkwoord 1. (ov) in ruil voor geld iets in bezit krijgen kopen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord koop Synoniemen aanschaffen, overnemen

2024-06-16
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

kopen

kopen - onregelmatig werkwoord uitspraak: ko-pen 1. het krijgen in ruil voor geld ♢ ik koop een nieuwe jas 1. dat huis is te koop [je kunt het kopen] 2. wat koop i...

2024-06-16
Bridge Opzoekboek

drs. Toine van Hoof (2017)

kopen

In het zuiden van het land gebruikte term voor aftroeven. Waarschijnlijk afgeleid van het Franse ‘couper’.

2024-06-16
Kuifje in Vlaanderen

Michel Uyen

kopen

Misschien kopen we nog een kindje (normale uitdrukking voor ‘we denken aan...’).

2024-06-16
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

kopen

(kocht, gekocht) troeven in het kaartspel - kopen aan een prijs, kopen voor een bepaalde prijs - een kind(je) kopen, een kind(je) krijgen Mijn moeder moest een kind kopen. Haar tweede, maar ook al haar laatste. - DM, 04-05-2002.

2024-06-16
Dromen encyclopedie

Fink (1998)

Kopen

Het kopen wijst op de wens, om iets aan te schaffen, wat men nog niet bezit. Het kan ook een grotere stabiliteit betekenen, waaraan het ons tot nu toe ontbrak. Dingen die we onbewust missen, kunnen we aan andere symbolen van de droom aflezen. (Zie ook ‘Boodschappen doen’, ‘Winkel’).

2024-06-16
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

kopen

Een van de regels uit het verwensingsversje stik, verrek, verrot, verteer luidt in Rijnsburg: koop een kaartje naar de hel//groetjes en vaarwel! Deze verwensing duidt op haat en wrevel. Degene die haar naar zijn hoofd geslingerd krijgt, weet dat de relatie met verwenser zo goed als onherstelbaar is.

Wil je toegang tot alle 18 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-16
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

kopen

1. In de verb. een kind kopen e.d., een kind krijgen, willen, maken enz. Wie zou dat nu gepeinsd hebben, ze koopen nog ’n zoontje! DEWACHTER 1942, 6. De dokter was van mening dat het voortaan beter was als zij geen kinderen meer kocht, TEIRLINCK 1952, 2, 7. Toen grootvader en grootmoeder hun dertiende kind kochten, wisten zij...