Wat is de betekenis van kopen?

2019
2023-02-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kopen

kopen - Werkwoord 1. (ov) in ruil voor geld iets in bezit krijgen kopen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord koop Synoniemen aanschaffen, overnemen

Lees verder
2018
2023-02-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kopen

kopen - onregelmatig werkwoord uitspraak: ko-pen 1. het krijgen in ruil voor geld ♢ ik koop een nieuwe jas 1. dat huis is te koop [je kunt het kopen] 2. wat koop i...

Lees verder
2004
2023-02-02
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

kopen

(kocht, gekocht) troeven in het kaartspel - kopen aan een prijs, kopen voor een bepaalde prijs - een kind(je) kopen, een kind(je) krijgen Mijn moeder moest een kind kopen. Haar tweede, maar ook al haar laatste. - DM, 04-05-2002.

Lees verder
1998
2023-02-02
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

kopen

In het zuiden van het land gebruikte term voor aftroeven. Waarschijnlijk afgeleid van het Franse ‘couper’.

1997
2023-02-02
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

kopen

Een van de regels uit het verwensingsversje stik, verrek, verrot, verteer luidt in Rijnsburg: koop een kaartje naar de hel//groetjes en vaarwel! Deze verwensing duidt op haat en wrevel. Degene die haar naar zijn hoofd geslingerd krijgt, weet dat de relatie met verwenser zo goed als onherstelbaar is.

1973
2023-02-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

kopen

(kocht, heeft gekocht), (overg.) 1. zich door koop verschaffen, zich in eigendom verwerven door de daarvoor gevraagde of geboden prijs te betalen: huizen, landerijen enz. —; wat heb je gekocht voor dat geld?; vaak abs.: — en verkopen; van, bij iemand —; ik koop daar nooit; iets duur, goedkoop, voor een spotprijs —; (zegsw.)...

Lees verder
1963
2023-02-02
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar

kopen

: zie verkopen.

1952
2023-02-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kopen

v., keapje, k o c h t (k o f t), k o c h t (k o f t); trachten iets te —, om eat sjen; pas gekocht, nijkeap.

1950
2023-02-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kopen

(kocht, heeft gekocht), 1. zich door koop verschaffen, zich in eigendom verwerven door de daarvoor gevraagde of geboden prijs te betalen: huizen, laiulcrijen enz. kopen; wat heb je gekocht voor dat geld? vaak absol.: kopen en verkopen; van, bij iem. kopen; ik koop daar nooit; — iets duur, goedkoop, voor een spotprijs kopen ; &m...

Lees verder
1937
2023-02-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kopen

kocht, heeft gekocht; voor geld in zijn bezit krijgen; een huis kopen; kopen en verkopen; ik koop niet in het buitenland, betrek mijn waren niet uit.

1930
2023-02-02
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

kopen

(kocht, heeft gekocht) 1. voor geld in zijn bezit krijgen: een boek voor 200 fr.; stof tegen 125 fr. de meter; iets duur, goedkoop, kontant, voor een spotprijs -; bij, van iemand -. Gez. op krediet -, om later te betalen; op tijd, op levering -, om later te leveren; zich in een gesticht -, geld betalen om erin opgenomen te worden. ➝ appel, geld, ha...

Lees verder