Wat is de betekenis van kopen?

2019
2022-05-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kopen

kopen - Werkwoord 1. (ov) in ruil voor geld iets in bezit krijgen kopen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord koop Synoniemen aanschaffen, overnemen

Lees verder
2018
2022-05-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kopen

kopen - onregelmatig werkwoord uitspraak: ko-pen 1. het krijgen in ruil voor geld ♢ ik koop een nieuwe jas 1. dat huis is te koop [je kunt het kopen] 2. wat koop i...

Lees verder
1998
2022-05-18
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

kopen

In het zuiden van het land gebruikte term voor aftroeven. Waarschijnlijk afgeleid van het Franse ‘couper’.

1997
2022-05-18
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

kopen

Een van de regels uit het verwensingsversje stik, verrek, verrot, verteer luidt in Rijnsburg: koop een kaartje naar de hel//groetjes en vaarwel! Deze verwensing duidt op haat en wrevel. Degene die haar naar zijn hoofd geslingerd krijgt, weet dat de relatie met verwenser zo goed als onherstelbaar is.

1973
2022-05-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

kopen

(kocht, heeft gekocht), (overg.) 1. zich door koop verschaffen, zich in eigendom verwerven door de daarvoor gevraagde of geboden prijs te betalen: huizen, landerijen enz. —; wat heb je gekocht voor dat geld?; vaak abs.: — en verkopen; van, bij iemand —; ik koop daar nooit; iets duur, goedkoop, voor een spotprijs —; (zegsw.)...

Lees verder
1952
2022-05-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kopen

v., keapje, k o c h t (k o f t), k o c h t (k o f t); trachten iets te —, om eat sjen; pas gekocht, nijkeap.

1950
2022-05-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kopen

(kocht, heeft gekocht), 1. zich door koop verschaffen, zich in eigendom verwerven door de daarvoor gevraagde of geboden prijs te betalen: huizen, laiulcrijen enz. kopen; wat heb je gekocht voor dat geld? vaak absol.: kopen en verkopen; van, bij iem. kopen; ik koop daar nooit; — iets duur, goedkoop, voor een spotprijs kopen ; &m...

Lees verder
1937
2022-05-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kopen

kocht, heeft gekocht; voor geld in zijn bezit krijgen; een huis kopen; kopen en verkopen; ik koop niet in het buitenland, betrek mijn waren niet uit.