Kennis
v. (-sen), 1. het kennen van iem. of iets, het weten wie, wat of hoe iets of iem. is: hoe is hij aan de kennis van die stukken gekomen?; uit de kennis van zijn karakter kan men dat afleiden; — de boom der kennis (des goeds en des kwaads), de boom in het paradijs waarvan God de mensen verbood te eten; vand.: de kennis d...