Kennen
(kende, heeft gekend), 1. bij zien of waarnemen weten of weder weten wie of wat men voor zich heeft, iem. of iets weten te onderscheiden van andere personen of zaken, identificeren: aan zijn lange baard is hij gemakkelijk te kennen; ik zou hem uit duizenden kennen; aan hun vruchten zult gij ze kennen (Matth. 7 : 16); (spr.) ...