Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

kennen

betekenis & definitie

kennen - regelmatig werkwoord
uitspraak: ken-nen

1. weten omdat je het geleerd hebt
ik ken alle steden van Nederland uit mijn hoofd
1. het van buiten kennen
[uit het hoofd op kunnen noemen]
2. ervan op de hoogte zijn
♢ ik ken de burgemeester persoonlijk

Algemene uitdrukkingen:
1. ze hebben hem erin gekend
[hem ook op de hoogte gesteld]
Regelmatig werkwoord: ken-nen
ik ken
jij/u kent
hij/zij kent
wij/zij/jullie kennen
ik/jij/u/hij/zij kende
wij/zij/jullie kenden
hij heeft gekend

Synoniemen
weten