Hoorn
I. m. (-en, -s), ook HOREN, (-s), 1. hard, spits toelopend, meestal gebogen en gepaard uitsteeksel aan de kop van verschillende dieren, hun veelal tot aanval of verdediging dienend : de runderen, geiten en. schapen hebben volle hoorns ; de horens der het ten zijn. gevuld en koorden gewei genoemd; de rhinoceros heeft een hoorn op de...