Synoniemen van Hond

    • hondenvlees
2019-12-14

Hond

Een hond keert terug tot zijn eigen braaksel, men vervalt weer in zijn oude zonden. Dit beeld wordt het eerst als vergelijking genoemd in Spreuken 26:11, ‘Zoals een hond terugkeert naar zijn eigen braaksel, / zo herkauwt een dwaas zijn dwaasheid’ (NBV). Petrus verwijst naar dit spreekwoord dat volgens hem ‘volledig van toepassing is’ in zijn tweede brief, 2:22, in een passage over dwaalleraars, en laat hem volgen door een parallelle vergelijking: ‘Een gewassen zeug rolt al snel weer do...

2019-12-14

Hond

Hond - geen hond: niemand. Er zit geen hond in de zaal. Vlamingen zeggen over dezelfde slecht bezette zaal: Er zit geen kat.

2019-12-14

Hond

Een hond(je) afgebeeld liggend aan de voeten van een vrouw op een grafmonument is een symbool van huiselijkheid en huwelijkse trouw.

2019-12-14

hond

hond - Zelfstandignaamwoord 1. (dierkunde), (zoogdieren) Canis lupus familiaris, een zoogdier dat tot huisdier getemd is Een hond moet regelmatig uitgelaten worden. Woordherkomst afkomstig van: Middelnederlands: hont Oudernederlands: hunt Germaans: *hundaz Spreekwoorden ♦ Een haastige hond werpt blinde jongen. Beter langzaam iets goed doen, dan haastig iets...

2019-12-14

Hond

Honden zijn weergegeven op verschillende schilderijen uit de collectie, maar vooral op genrestukken uit de 17de eeuw. Ze zijn afgebeeld in conversatiestukken of in huiselijke scènes. De hond vormt een deel van het tafereel en figureert als jachthond (in Metsu's 'Geschenk van de jager'), als troeteldier (bij Buytewech) of als speelkameraad, zoals in Steens 'Dansles'. Soms heeft het dier een symbolische betekenis. Vaak verwijst hij naar (huwelijks)trouw, zoals in het portret van Moses ter Borch....

2019-12-14

hond

hond - zelfstandig naamwoord 1. huisdier dat kan blaffen ♢ veel mensen in Nederland hebben een hond 1. er kwam geen hond [er kwam niemand] 2. zo ziek als een hond zijn [heel erg ziek] 3. de gebeten hond zijn [de schuld krij...

2019-12-14

Hond

Eenstammige verkorte Germaanse naam, waarschijnlijk hetzelfde als Oudhoogduits hunda 'buit'. Uiteraard niet meer vaak als voornaam gebruikt.

2019-12-14

Hond

Hond is de naam van een dierengeslacht (Canina), hetwelk tot de orde der Vleeschetenden of Roofdieren (Carnivora, Rapacia, Ferae), tot de klasse der Zoogdieren (Mammalia) en in zijne orde tot de afdeeling der Vingerloopers (Digitigrada) behoort. Het onderscheidt zich door een langwerpigen schedel met een vooruitspringenden snuit, door het bezit van vooruitspringende snijtanden, sterke hoektanden en van boven 6, van onder 7 kiezen aan elke zpde, door een niet afhellenden rug en bijna even lange p...

2019-12-14

Hond

Hond - (Huishond) (Canis familiaris), het oudste huiszoogdier en de cosmopolitisch verbreide metgezel van den mensch. De vraag, welk dier de stamvader is van dit belangwekkende huisdier, dat zich aan elk klimaat en de meest verschillende verhoudingen gewend heeft, en dat nergens in den eigenlijken wilden staat gevonden wordt, heeft men tot heden nog niet kunnen beantwoorden; zooveel schijnt vast te staan, dat niet alle groepen van rassen van eenzelfde wilde soort afstammen. De oergeschiedenis le...