Wat is de betekenis van Hard?

2020
2021-01-20
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Hard

Verkorting van een Germaanse naam met -hard-: 'stoutmoedig, sterk' (zie -hard-).

2020
2021-01-20
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

hard

(2000+) (jeugd) goed, leuk. • Mick kent een gewone gast die naast z’n gewone baan ook Pepsi Cherry en US Candy verkoopt, die hij zelf importeert. Joost zegt: hard man, geef me z’n nummer. (Vrij Nederland, februari 2019)

Lees verder
2019
2021-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hard

hard - Bijvoeglijk naamwoord 1. stevig, een uitwendige kracht onverzettelijk weerstaand Diamant is de hardste stof bekend aan de wetenschap. 2. psychologisch tegen veel bestand, voor niets terugdeinzend Dat is een harde kerel. 3. streng ...

Lees verder
2018
2021-01-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

hard

hard - bijvoeglijk naamwoord 1. niet goed in te drukken ♢ het vriest, dus de grond is hard 1. ergens een harde dobber aan hebben [het er moeilijk mee hebben] 2. de harde kern...

Lees verder
2017
2021-01-20
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Hard

Hard - 'de koers hard maken': de tegenstanders verzwakken door het tempo op te voeren.

1998
2021-01-20
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Hard

1. die is -, daar geloof ik niets van; dat wil er bij mij niet in; dat is totaal ongeloofwaardig. Gezegd wanneer iemand een fabelachtig verhaal vertelt. Jeugdtaal jaren tachtig. Voor het eerst opgetekend te Mol (zie Onze Taal,november 1987). , maar tegenw. veel meer verbreid, ook in Nederland. 2. ergens geen -e van krijgen,een vulgaire uitdr. voor...

Lees verder
1973
2021-01-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

hard

bn. en bw. (-er, -st), I. bn., 1. niet of moeilijk samen te drukken, te doordringen, te verbrijzelen enz.: zo — als steen, de harde diamant; zijn dijen zijn zo — als een spijker; fruit, appelen en peren; harde zeep; (zegsw.) hij is zo — als een spijker, hij bezit niets, hij betaalt niet; ook: hij is onvermurwbaar; het gaat er &md...

Lees verder
1964
2021-01-20
voornamen

Voornamenboek

Hard

I.m -> Eerhard (Du.). II. -hard- 'Hard, stevig, sterk, dapper, moedig’. Vanaf de 3e eeuw in persoonsnamen aan te tonen. Vgl. Got. herdus 'streng, hard’; Oudhoogduits had, hadi, hedi 'hard, stevig, sterk’; Oudnededrankisch hard, Middelnederiands hard, had; Oudsaksisch hard 'dapper, koen’; Oudfries her...

Lees verder
1950
2021-01-20
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Hard

bn. bw. (-er, -st), I. bn., 1. niet of moeilijk samen te drukken, te doordringen, te verbrijzelen enz.: zo hard als steen; de harde diamant; zijn dijen zijn zo hard als een spijker; op een harde korst bijten;harde appelen, onrijp, groen; — hij is zo hard als een spijker, hij bezit niets, heeft geen cent;...

Lees verder
1926
2021-01-20
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Hard

1. Van God wordt het soms gebruikt, a. wanneer Hij zijn straffende gerechtigheid den mensch doet ondervinden, gelijk in 1 Sam. 5:7 staat: „Zijn hand is hard over ons, Hij bezoekt ons met zware straffen” (vgl. Ps. 60 : 5). b. Wanneer Hij uit wijze oorzaken een tijdlang zijn barmhartigheid terughoudt, ze als ’t ware achter duistere...

Lees verder
1916
2021-01-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Hard

Hard - 1) Een stof wordt h. genoemd, wanneer een groote kracht noodig is om er een blijvende vormverandering aan te geven; dergelijke lichamen hebben dus geringe plasticiteit. Of een lichaam h. is, kan beoordeeld worden door het te krassen met een ander lichaam; laat dit laatste een indruk achter, dan is het harder dan het eerste, in het tegenoverg...

Lees verder
1898
2021-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hard

HARD, bn. bw. (-er, -st), niet of moeilijk samen te drukken, te doordringen, te verbrijzelen enz. zoo hard als steen; de harde diamant; zijne dijen zijn zoo hard als een spijker; op eene harde korst bijten; — harde appelen, onrijp, groen; — hij is zoo hard. als een spijker, hij bezit niets, heeft geen cent; — ’t gaat er ha...

Lees verder