2020-02-25

gemeen

gemeen - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-meen 1. bedoeld om te benadelen of te kwellen ♢ het is een gemene streek dat je die poes zo plaagt 2. hevig, heel erg ♢ het is vandaag gemeen koud buiten 3. van meer mensen, gezamenlijk ♢ we hebben gemeen dat we altijd vroeg o...

2020-02-25

Gemeen

Gemeen (Het) is de naam, die gegeven wordt aan het graauw, de heffe des volks, de bewoners der stads-achterbuurten. Het bijvoegelijke naamwoord gemeen heeft om die reden de beteekenis van laag, onkiesch en slecht, ofschoon het ook wel gebruikt wordt in den zin van gewoon of dagelijksch en in dien van algemeen. Zoo had men weleer de Broederschap des gemeenen levens, en de kruidkunde noemt wel eens eene plant gemeen, die algemeen verspreid of bekend is. Dat gemeen oorspronkelijk in deze of meer gu...

2020-02-25

Gemeen

Het begrip gemeen heeft 2 verschillende betekenissen: 1. gemeen - GEMEEN, bn. bw. (-er, -st), gemeenschappelijk aan meer dan één eigen of toebehoorende: voor gemeene rekening, op gemeene kosten, voor gemeenschappelijke rekening, op gezamenlijke kosten; — gemeene muren, gemeene slooten enz. waarop de eigenaars van belendende erven gelijk recht of gelijkelijk betrekking hebben; — gemeene zaak met iemand maken, met hem gemeenschappelijk handelen, zijne partij kiezen: &m...