Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

gemeen

betekenis & definitie

gemeen - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: ge-meen

1. bedoeld om te benadelen of te kwellen
♢ het is een gemene streek dat je die poes zo plaagt
2. hevig, heel erg
♢ het is vandaag gemeen koud buiten
3. van meer mensen, gezamenlijk
♢ we hebben gemeen dat we altijd vroeg opstaan

Bijvoeglijk naamwoord: ge-meen
... is gemener dan ...
het gemeenst
de/het gemene ...
iets gemeens

Synoniemen
boos, boosaardig, kwaadaardig, kwaadwillend, kwaadwillig, laag, lelijk, min, minderwaardig, vals, vuil

Tegenstellingen
lief