Wat is de betekenis van Geluk?

2021
2022-12-07
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Geluk

Geluk is een emotie en betekent 'tevreden zijn met de huidige leefomstandigheden', ofwel 'gelukkig zijn'. Dit is het tegenovergestelde van ongelukkig, wat bestaat uit een ontevreden gevoel. Wie gelukkig is heeft een vrolijk, tevreden, ontspannen, verheugd gevoel wat voor de helft erfelijk bepaald is. De andere helft van geluk wordt bepaald door per...

Lees verder
2018
2022-12-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

geluk

geluk - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-luk 1. gunstig toeval ♢ het was gewoon geluk dat ik die prijs won 1. hij heeft altijd geluk [het pakt altijd goed voor hem uit] ...

Lees verder
2007
2022-12-07
Lexicon van de Ethiek

Verklarend lexicon van de meest gebruikte begrippen uit de hedendaagse ethiek.

Geluk

Over wat geluk is, waren de meningen altijd verdeeld. Daarom is een algemeen aanvaarde inhoudelijke bepaling niet mogelijk. De eenheid van het begrip laat zich slechts formeel bepalen. Geluk is een inclusief of omvattend doel dat via concrete doelen, als begeleidend verschijnsel van slagen of van vervulling ontstaat. Geluk is bijgevolg geen onmidde...

Lees verder
2004
2022-12-07
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

geluk

- een geluk met een ongeluk, een geluk bij een ongeluk.

2001
2022-12-07
Filosofisch woordenboek

Paul Frentrop - Voor rede vatbaar

Geluk

Geluk valt niet objectief te meten.1 Als je mensen er zelf naar vraagt blijkt dat geluk niet normaal is verdeeld. Anders dan bij de statistische normaalverdeling liggen bij geluk de meeste waarnemingen niet in het midden. Geluk is beter verdeeld: bijna iedereen heeft het.2 Dat geluk geen normaalverdeling volgt, duidt erop dat geluk niet door het to...

Lees verder
1998
2022-12-07
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

geluk

Voorspoed die een speler of paar zonder eigen toedoen ten deel valt, bijvoorbeeld doordat zich in een te hoog contract een zeer gunstig zitsel voordoet of in een te laag contract het zitsel juist het halen van een hoger contract verhindert. Verder kan men het geluk door de tegenpartij in de schoot geworpen krijgen doordat deze niet goed biedt of sp...

Lees verder
1998
2022-12-07
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Geluk

in het - trappen in een hoop hondenstront trappen. Schertsend. Vermeld door o.a. Huizinga.

Lees verder
1990
2022-12-07
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

geluk

geluk - Een combinatie van gunstige omstandigheden of gebeurtenissen die bij toeval optreden; succes, voorspoed of voordeel dat ogenschijnlijk door toeval en niet door eigen acties of vaardigheid is ontstaan.

1973
2022-12-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

geluk

o. 1. fortuin in de zin van gunstige loop van de omstandigheden, voorspoed die iemand zonder eigen toedoen te beurt valt: het — dient hem, is met hem; het is geen verdienste van hem, het was stom -; blinde -,de geblinddoekte Fortuin; hij heeft zijn vergooid, een unieke kans ongebruikt laten voorbijgaan; dat is meer — dan wijsheid, ee...

Lees verder
1955
2022-12-07
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

GELUK

is naar de gangbare betekenis: de aangename toestand waarin degene verkeert, die zijn wensen bevredigd ziet. Omdat deze toestand van bevrediging en rust in het bezit van het verworven goed aangenaam is voor een voelend wezen, wordt ook het behagelijke gevoel zelf (de lust, het genot, de vreugde) wel geluk genoemd, vooral wanneer dit gevoel een zeke...

Lees verder
1952
2022-12-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Geluk

s.n., lok (it), gelok (it); op goed —, op, by lokraek, op risiko op ’e dolle rûs, op (’t) aventûr; hij heeft —, it waret, wierret him mei, ta; hij heeft altijd —hy hat it lok mei, it lok wol by him wêze; het is meer dan wijsheid, i...

Lees verder
1947
2022-12-07
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Geluk

is een gemeente in Belgisch Limburg, aan het Albertkanaal, op de grens van leemen zandstreek (900 ha); landbouw. Inw. (1948): 976. Neolithische en Romeinse vondsten. Voormalig Loons dorp. Kasteel van Kewith.

Lees verder
1939
2022-12-07
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Geluk

Levensbevoorrechting, bij anderen het beste waar te nemen. — Bewust aan gevaar ontsnappen.

Lees verder
1937
2022-12-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

geluk

o. (1 lot, de fortuin, vero.; 2 gunstige loop van omstandigheden; voorspoed, lot; dikwijls i. d. verkleiningsvorm, 3 gunstig toeval, aangenaam voorval; 4 aangenaam gevoel van iem., die zich verheugt over zijn geluk in bet. 2): 1. het geluk keerde hem de rug; 2. het geluk diende hem; van geluk mogen spreken; die vent heeft altijd geluk, boft altijd...

Lees verder
1933
2022-12-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Geluk

Geluk - (iconogr.), → Fortuna. Eeuwig geluk is het g. van de verstandelijke schepselen, die God aanschouwen mogen in het → eeuwig leven, dat algeheele bevrediging schenkt. → Aanschouwing Gods.

Lees verder
1930
2022-12-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

geluk

(gə'luk) o. (-ken; -je) I.Eig. 1. Algm. Veroud. wisselvallige loop der omstandigheden : ’t rooft morgen weer, hetgeen ’t ons heden gaf; het blinde -, de fortuin; het ligt in een klein hoekje, men kan nooit weten hoe een klein gelukkig toeval ons onverwachts komt begunstigen. →: ons. Syn. fortuin, lot. 2. Inz. gunstige loop v...

Lees verder
1926
2022-12-07
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Geluk

is het evenwicht tusschen de begeerten van den mensch en de vervulling daarvan. Dat evenwicht bestond in den staat der rechtheid, maar door de zonde is dat evenwicht verbroken. Krachtens Gods algemeene genade (want de Heere is aan allen goed, Ps. 145 : 9) kan er na den val nog wel van aardsch geluk gesproken worden bij den mensch. Dat is die toesta...

Lees verder
1916
2022-12-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Geluk

Geluk - in objectieven zin is die, van ’s menschen wil onafhankelijke, loop der omstandigheden, die overeenkomt met zijn wenschen en hopen (b.v. het geluk begunstigde hem in de loterij), dus = gunstig toeval. Subjectief is geluk = de toestand van lust die volgt uit de volkomen bevrediging van alle wenschen en behoeften. Genot is een zaak van het oo...

Lees verder
1898
2022-12-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Geluk

GELUK, o. de fortuin, het biinde toeval, inz. van een gunstigen loop der omstandigheden, de voorspoed die iem. de beurt valt; het geluk dient hem,is met hem; het geluk begunstigt mijn oogmerk; hetgeen wij verdienste noemen, is vaak het werk van ’t blind geluk (de geblinddoekte Fortuin); — hij heeft zijn geluk vergooid, eene gunstige gel...

Lees verder
1898
2022-12-07
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Geluk

zie Heil, zie Fortuin.