Wat is de betekenis van Extern?

2019
2020-11-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

extern

extern - Bijvoeglijk naamwoord 1. (medisch) uitwendig 2. van buiten afkomstig zijn De ziekte was extern zichtbaar door verkleuring van de huid. 3. niet ingebouwd Ik gebruik een externe hardeschijf voor een reservekopie van mijn bestanden 4. uit...

Lees verder
2018
2020-11-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

extern

extern - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: eks-tern 1. uitwonend ♢ deze verpleegkundigen zijn extern 2. aan de buitenkant ♢ de oorzaak van het probleem ligt extern 1...

Lees verder
1990
2020-11-23
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

extern

extern - Verbonden met of geplaatst aan de buitenkant van iets.

1973
2020-11-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

extern

bn., 1. niet-inwonend: externe leerlingen; 2.het uitwendige, de vorm betreffend: externe kritiek; 3. naar buiten voerend: externe secretie, waarvan de produkten direct buiten het lichaam komen; buiten iets liggend, van buitenaf: externe oorzaken.

Lees verder
1948
2020-11-23
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

extern

uitwonend.

1910
2020-11-23
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Extern

Extern - uiterlijk; uitwendig; uitwonend; buitenshuis wonend, (zie intern.)

1898
2020-11-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Extern

EXTERN, bn. niet inwonend externe leerlingen, een extern secondant.

1864
2020-11-23
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

extern

extern - bn. uiterlijk