Wat is de betekenis van date?

2024-02-21
WhatsApp woordenboek

redactie Ensie (2023)

DATE

Date

2024-02-21
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

date

afspraakje. afspraak met iemand, meestal met de bedoeling dat hieruit een liefdesrelatie voortvloeit; afspraakje met een mogelijke partner; afspraakje. Voorbeelden: Een kwart van de ondervraagde vrouwen heeft wel eens een date gemaakt via het web. News.nl, 2000 Ik heb vanavond een date en nou ben ik toevallig heel erg blut. ...

2024-02-21
Op-en-top Nederlands

Frens Bakker, Els Ruijsendaal, Paul Uljé, Dick van Zijderveld (2022)

date

(zelfstandig naamwoord) [afspraak] afspraak, afspraakje - Ze heeft vanavond een afspraakje met een sympathieke knul. [pers.] afspraakje - Kom ik in het restaurant, geen afspraakje te zien! Ik denk 'bekijk het maar', draai me om: staat ie achter me! Was hij kort na mij binnengekomen.

2024-02-21
Nederlandse Voornamenbank

Meertens Instituut (2020)

Date

Friese naam. Eenstammig verkorte vorm van een Germaanse naam met Daad-, Oudnederfrankisch dât, Oudfries dêd(e): 'daad, werk'.

Wil je toegang tot alle 12 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-21
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

date

date - Zelfstandignaamwoord 1. afspraakje     ♢ De jongen maakte een date met het leuke meisje 2. degene met wie men een afspraak heeft     ♢ Het meisje werd verliefd op haar date. date - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van daten...

2024-02-21
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

date

date - zelfstandig naamwoord uitspraak: deet 1. afspraak tussen twee mogelijke partners ♢ Victor heeft een date met zijn buurmeisje 2. mogelijke partner met wie men een afspraak had ♢ ik was vroeg thui...

2024-02-21
Woordenboek van Neologismen

Marc de Coster (1999)

Date

Date - (Eng.), persoon met wie men een afspraakje heeft; scharreltje; afspraak, rendezvous. ... en Michaja is mijn ‘date’, we gaan veel uit in het weekend. Vrij Nederland, 04-06-88 Hoe willen zij dat vrouwen zich gedragen tijdens een date? Nieuwe Revu, 27-12-96 De meeste romans die zich afspelen in het trendy grotestadsleven van New York worden b...

2024-02-21
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Date

[Eng.] 1. afspraakje, meestal met een mogelijke partner (vgl. blind date); 2. persoon met wie men een afspraakje heeft.

2024-02-21
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Date

afspraakje; persoon met wie men een afspraakje heeft

2024-02-21
Voornamenboek

Dr. Johannes van der Schaar (1964)

Date

m Fri. naam. Eenstammig verkorte vormen van een Germ. naam met Daad-, Oudnederfrankisch dêt, Oudfries dêd(e): 'daad, werk’.

2024-02-21
Frans woordenboek (FR-NL)

Dr. F.P.H. Prick van Wely (1952)

Date

dagtekening, datum; jaartal; faire date, belangrijk zijn; prendre date, een datum bepalen; à dix jours de date, tien dagen na dato; de fraîche date, van jonge datum, recent; je le connais de longue date, ik ken hem al lang; ami de longue (vieille) date, oude vriend; être le premier en date, de eerste zijn; en date de, gedagtekend...

2024-02-21
Woordenboek Engels (EN-NL)

Dr. F.P.H. van Wely (1951)

Date

I dadel(palm), datum, dagtekening; jaartal; tijdstip; (leef)tijd, duur; 1 afspraak(je); 2 meisje; out of date, uit de tijd, ouderwets, verouderd; to date, tot (op) heden; under date June 1, gedagtekend 1 Juni; up to date; III verouderen; date back to, date from, dateren uit (van).