Wat is de betekenis van date?

2023
2023-02-02
WhatsApp woordenboek

redactie Ensie

DATE

Date

2022
2023-02-02
vindpunt

Vindpunt.nl

date

(zelfstandig naamwoord) [afspraak] afspraak, afspraakje - Ze heeft vanavond een afspraakje met een sympathieke knul. [pers.] afspraakje - Kom ik in het restaurant, geen afspraakje te zien! Ik denk 'bekijk het maar', draai me om: staat ie achter me! Was hij kort na mij binnengekomen.

Lees verder
2020
2023-02-02
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

date

afspraakje. afspraak met iemand, meestal met de bedoeling dat hieruit een liefdesrelatie voortvloeit; afspraakje met een mogelijke partner; afspraakje. Voorbeelden: Een kwart van de ondervraagde vrouwen heeft wel eens een date gemaakt via het web. News.nl, 2000 Ik heb vanavond een date en nou ben ik toevallig heel erg blut. ...

Lees verder
2020
2023-02-02
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Date

Friese naam. Eenstammig verkorte vorm van een Germaanse naam met Daad-, Oudnederfrankisch dât, Oudfries dêd(e): 'daad, werk'.

2019
2023-02-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

date

date - Zelfstandignaamwoord 1. afspraakje     ♢ De jongen maakte een date met het leuke meisje 2. degene met wie men een afspraak heeft     ♢ Het meisje werd verliefd op haar date. date - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van daten...

Lees verder
2018
2023-02-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

date

date - zelfstandig naamwoord uitspraak: deet 1. afspraak tussen twee mogelijke partners ♢ Victor heeft een date met zijn buurmeisje 2. mogelijke partner met wie men een afspraak had ♢ ik was vroeg thui...

Lees verder
1999
2023-02-02
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Date

Date - (Eng.), persoon met wie men een afspraakje heeft; scharreltje; afspraak, rendezvous. ... en Michaja is mijn ‘date’, we gaan veel uit in het weekend. Vrij Nederland, 04-06-88 Hoe willen zij dat vrouwen zich gedragen tijdens een date? Nieuwe Revu, 27-12-96 De meeste romans die zich afspelen in het trendy grotestadsleven van New York worden b...

Lees verder
1994
2023-02-02
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Date

[Eng.] 1. afspraakje, meestal met een mogelijke partner (vgl. blind date); 2. persoon met wie men een afspraakje heeft.

Lees verder
1993
2023-02-02
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Date

afspraakje; persoon met wie men een afspraakje heeft

1964
2023-02-02
voornamen

Voornamenboek

Date

m Fri. naam. Eenstammig verkorte vormen van een Germ. naam met Daad-, Oudnederfrankisch dêt, Oudfries dêd(e): 'daad, werk’.

Lees verder
1952
2023-02-02
Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Date

dagtekening, datum; jaartal; faire date, belangrijk zijn; prendre date, een datum bepalen; à dix jours de date, tien dagen na dato; de fraîche date, van jonge datum, recent; je le connais de longue date, ik ken hem al lang; ami de longue (vieille) date, oude vriend; être le premier en date, de eerste zijn; en date de, gedagtekend...

Lees verder
1951
2023-02-02
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

Date

I dadel(palm), datum, dagtekening; jaartal; tijdstip; (leef)tijd, duur; 1 afspraak(je); 2 meisje; out of date, uit de tijd, ouderwets, verouderd; to date, tot (op) heden; under date June 1, gedagtekend 1 Juni; up to date; III verouderen; date back to, date from, dateren uit (van).

Lees verder