date betekenis & definitie

date - zelfstandig naamwoord
uitspraak: deet

1. afspraak tussen twee mogelijke partners
♢ Victor heeft een date met zijn buurmeisje
2. mogelijke partner met wie men een afspraak had
♢ ik was vroeg thuis, want mijn date kwam niet opdagen

Zelfstandig naamwoord: deet
de date
de dates