Brengen
(bracht, heeft gebracht), 1. (iets) door het persoonlijk te vervoeren, (iem.) door hem te geleiden in de onmiddellijke nabijheid van iets anders, in iemands handen of bezit doen komen: breng mij morgen dat boek eens ; breng die man eens bij mij; ik zal je naar de tram brengen, geleiden ; de kinderen moeten gehaald en gebrach...