Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Brengen

betekenis & definitie

(bracht, heeft gebracht),

1. (iets) door het persoonlijk te vervoeren, (iem.) door hem te geleiden in de onmiddellijke nabijheid van iets anders, in iemands handen of bezit doen komen: breng mij morgen dat boek eens ; breng die man eens bij mij; ik zal je naar de tram brengen, geleiden ; de kinderen moeten gehaald en gebracht, worden, naar een partijtje b.v.; breng nog een paar stoelen, hier, bij mij, in de kamer ; iets met vuur, met vocht in aanraking brengen ; — deze trein brengt ons naar Amsterdam, vervoert ons ; de bode heeft een pakje gebracht, bezorgd; te bed brengen, in bed leggen ; — een vrouw in een familie brengen, door huwelijk ; — iets in veiligheid brengen, op een veilige plaats, in bewaring; — op tafel brengen, opdissen ; oneig. iets ter tafel, te berde brengen, daarover gaan spreken, het opperen ; het gesprek op iets brengen ; — een zaak voor liet gerecht, voor de rechtbank brengen; — (fig.) wat zal de tijd ons brengen? wat staat ons te wachten ? het is halen en brengen, van het weer : het is ongestadig, het regent telkens ; van de gezondheid: zij is wankel, de kwaal komt telkens terug ; — wat brengt u hier? wat is de reden uwer komst ? — hij heeft mij goed nieuws gebracht, meegedeeld ; — de hand aan de muts brengen, een glas aan de lippen brengen, daarheen bewegen; — iem. dank, hulde brengen, betonen ; iem. een bezoek brengen, hem bezoeken; — iem. tranen in de ogen brengen; — (w. g.) het iemand brengen, zijn gezondheid drinken (toebrengen) ; — (Zuidn.) het iem. brengen, hem de waarheid zeggen, streng berispen ; —ik zal het u brengen, dat kan je denken! — hoe kunt gij ’t over uw hart brengen? hoe kunt gij zo hard zijn ? — jawel! morgen brengen! dat kan je begrijpen, dat gebeurt niet!
2. in oneig. vaste verbindingen, waarbij niet meer aan een plaats gedacht wordt, maar aan het in een zekere toestand doen komen: dat brengt mij in verrukking ; tot slavernij brengen ; onder het juk brengen ; in aanraking met de justitie brengen; in kennis met iemand brengen; — iets in tekening brengen, het tekenen; — iets op papier brengen, opschrijven; — iets in rekening brengen, het op de rekening zetten, er voor doen betalen ; (fig.) doen meetellen ; — iets onder woorden brengen, in een bepaalde vorm uitspreken; — een tekst op muziek brengen, er muziek voor schrijven zodat men hem kan zingen of spelen; — water aan de kook brengen, doen koken; — iets ten einde brengen, voltooien; — iets in orde brengen; — tot stand brengen, doen ontstaan; — een misdaad aan het licht brengen, openbaar doen worden;

een kind ter wereld brengen, baren; — iemand ter dood brengen, het doodvonnis aan hem voltrekken; — iem. om het leven brengen, hem het leven doen verliezen, doden; — iem. tot de bedelstaf brengen, doodarm maken;

hij zal het ver brengen, tot fortuin, tot aanzien komen ; hij heeft het nooit verder gebracht dan klerk, is nooit iets hogers geworden ; hij heeft het ver gebracht in die kunst, hij verstaat die uitnemend ; — hij is er niet toe te brengen, te bewegen, over te halen ; — iem. tot rede brengen, tot zijn plicht brengen, door overreding of bestraffing doen bukken, tot plichtsbetrachting nopen; — iem. iets aan het verstand brengen, doen begrijpen, doen inzien; — iem. iets onder het oog brengen, hem er nadrukkelijk op wijzen; — iem. aan 't twijfelen brengen, doen twijfelen; een kind in slaap brengen, doen inslapen; — in veiling brengen, bij opbod verkopen; — iets aan de man brengen, verkopen: zijn dochters aan de man brengen, uithuwelijken ; aardigheden aan de man brengen, vertellen; — iets te binnen brengen, herinneren; — dit bracht mij er op, maakte, dat ik er aan dacht; — breng mij er eens op, help me eens herinneren; — zie verder zegsw. bij Been, Dag, Midden, Omvraag, Weg enz.