Gedrags-agency theorie betekenis & definitie

De meest recente stroming binnen de agency theorie is de gedrags-agency theorie. De gedrags-agency theorie kan worden beschouwd als een herontwerp van de traditionele agency theorie waarin aannames over menselijk gedrag worden versoepeld. De stroming staat kritisch tegenover de opvatting dat agenten in principaal-agentrelaties volledig rationeel, zelfzuchtig en risicoavers handelen.

Volgens de gedrags-agency theorie moet de agency theorie betrekking hebben op het maximaliseren van de prestaties van de agent, in plaats van het afstemmen van belangen tussen de principaal en de agent. Hoewel prestaties van de agent alleen kunnen worden gemaximaliseerd indien de aannames over het gedrag van de agent accuraat zijn, stelt de gedrags-agency theorie dat deze aannames in de traditionele agency theorie te simplistisch zijn. Daarom worden een aantal wijzigingen in de aannames voorgesteld.

Allereerst legt de gedrags-agency theorie nadruk op het incorporeren van intrinsieke motivatie in de agency theorie. Op basis van het bewijs dat bovenmatige monetaire beloningen leiden tot een vermindering van de intrinsieke motivatie van agenten, dienen agenten gemotiveerd te worden door toepassing van meer gebalanceerde beloningssystemen.

Daarnaast toont de gedrags-agency theorie aan dat agenten in grotere mate verliesavers zijn dan risicoavers. Dit betekent dat individuele agenten de neiging hebben om meer belang te hechten aan het voorkomen van verliezen dan aan het verkrijgen van gelijkwaardige winsten, wat resulteert in een grotere bereidheid om risico’s op korte termijn te nemen. Ten slotte wordt er een aanname toegevoegd met betrekking tot de perceptie van een agent over een eerlijke beloning. Agenten zullen gemotiveerd zijn om op hetzelfde of een hoger niveau te presteren als ze denken dat hun inspanningen adequaat worden beloond.

De versoepeling van de aannames over menselijk gedrag betekent dat het fundament van de gedrags-agency theorie verschilt van de andere twee stromingen binnen de agency theorie: positieve agency theorie en principaal-agenttheorie.