Waadt betekenis & definitie

Waadt (Waadtland, Pays de Vaud), een der grootste cantons van Zwitserland, grenst in het oosten aan Freiburg, Bern en Wallis, in het zuiden aan Wallis, Savoye en Genève, in het westen aan Frankrijk en in het noorden aan Neuchâtel, en telt op 58,23 ☐ geogr. mijl 242439 inwoners (1876). Het grondgebied bestaat uit het eigenlijke Waadt en eene door Freiburg omslotene exclave, Avenches-Cadresin genaamd, terwijl het eigenlijke Waadtland wederom drie exclaven van Freiburg en een van Genève, namelijk Céligny, omvat. In het algemeen vormt het land een dal, waarnaast aan de westzijde het Juragebergte en aan de oostzijde de Alpen zich verheffen. Dwars door het dal loopt de scheiding van het stroomgebied van de Rhône en van dat van de Rijn, zoodat het meertje Moulin Bornu naar beide zijne wateren afvoert.

De Alpenstreek bestaat uit het halve dal van de Rhône met kleine zijdalen, het Pays d’en Haut (tusschen de dalen van Bern en Freiburg) en het land van Château d’Oex. Tot het Juragebied behooren het Val de Joux en Valorbe, alsmede de bergen op de grenzen van Neuchâtel. De Hoogvlakte tusschen die oeide bergstreken, een gedeelte van de Zwitsersche Hoogvlakte, wordt lager naar het noorden, naar de zijde van het meer van Neuchâtel, terwijl zij steiler afdaalt naar den kant van het meer van Genève. Alleen in Gros de Vaud ontwaart men eene bepaalde dalvorming, die der Venoge, die tusschen Lausanne en Morges eene breede alluviaal vlakte in het meer heeft doen ontstaan, welke de met wijngaarden bedekte oeverlanden van La Vaux afscheidt van La Côte. Boven La Vaux verheft zich de Jorat (928 Ned. el hoog) en grenst aan de Alpenstreek, waar de volgende toppen verrijzen: de Oldenhorn (3134 Ned. el), de Diablerets (3251 Ned. el), de Grand Moveran (3061 Ned. el) en de Dent de Mordes (2938 Ned. el), terwijl andere tot de Vóór-Alpen gerekend worden, zooals de Tour d’Aï (2382 Ned. el), de Tour de Mayen (2323 Ned. el), de Tour de Famelon (2158 Ned. el), de Chamossaire (2113 Ned. el), de Tornette (2543 Ned. el), de Tête de Moine (2351 Ned. el), de Rochers de Naye (3044 Ned. el), en de Dent de Jaman (1879 Ned. el). Een rijweg, in 1876 voltooid, loopt uit het Ormondsdal naarGsteig over den Col de Pillon (1552 Ned. el). Ouder dan deze is de bergpasweg van Sepey naar Château d’Oex in het Pays d’en Haut. De weg over den Col de Jaman (1485 Ned. el hoog) naar Freiburg, is slechts een bergpad.

In het Juragewest draagt de binnenste bergketen van het Val de Joux den Dole (1678 Ned. el), den Noirmont (1560 Ned. el), den Mont Tendre (1680 Ned. el) en den Dent de Vaulion (1486 Ned. el), — en de buitenste den Eisoux (1384 Ned. el), den Suchet (1596 Ned. el), den Chasseron (1611 Ned. el) en den Creux du Vent (1465 Ned. el). Eerstgenoemde bergketen heeft drie bergpassen, en over laatstgemelde loopt een spoorweg. Wegens de groote verscheidenheid van den bodem heeft men er zoowel de veeweiderij der Alpen als den wijnbouw, zoowel fabrieknijverheid als landbouw. Intusschen is de graanoogst er niet voldoende voor de behoeften der ingezetenen. Op sommige plaatsen wordt er ook tabak geteeld. Waadtland levert grootendeels witte wijnen, en van deze wordt eene aanzienlijke hoeveelheid uitgevoerd; de Yvorne, op Rijnwijn gelijkend, wordt als de beste soort beschouwd. In de vruchtbare oorden van Montreux tot Bern vindt men vele ooftgaarden, alsmede amandel- en kastanjeboomen. Voorts heeft men er in de Alpenweiden veel rundvee, alsook schapen en zwijnen, en het paardenras is er aanmerkelijk verbeterd.

Wijders levert de bodem er zout, pekkolen, turf, molensteenen en marmer. In het Val de Joux worden vele uurwerken vervaardigd, te Ste Croix muziekdoozen, en men heeft sigarenfabrieken te Granson en Vevey en ijzerfabrieken te Valorbe. Drie spoorwegen loopen er door de dalen en twee over de bergketens, en tot de koopsteden behooren er Morges, Vevey en Yverdon. In het algemeen scheppen de Waadtlanders weinig behagen in de nijverheid, maar laten deze liefst in handen van Duitschers, Franschen en Savoyaarden. Zij zijn van Franschen oorsprong en meerendeels Protestanten; zij onderscheiden zich door een flinken ligchaamsbouw en door voortreffelijke geestvermogens, terwijl zij de zachtmoedigheid en volharding der Duitschers met de ongedwongenheid en opgeruimdheid der Franschen verbinden. Talrijk zijn er de opvoedingsgestichten en badplaatsen. Te Lausanne heeft men eene académie, eene cantonnale school, eene kweekschool voor onderwijzers en eene voor onderwijzeressen. De middelbare scholen in dit canton tellen 130 leeraren en 1300 leerlingen, — de lagere ongeveer 750 onderwijzers en 33000 leerlingen.

DeR. Katholieken (ten getale van omstreeks 18000) behooren er tot het bisdom Lausanne Geneve, met uitzondering van Aigle, hetwelk tot het bisdom Sion behoort. De openbare boekerijen tellen er 285000 deelen. Er is een uitstekend ingerigt blinden-instituut met een hospitaal voor ooglijders, eene werkplaats en eene reliéfdrukkerij, — voorts heeft men er twee instituten voor doofstommen, eene reddingmaatschappij enz. De grondwet, den 15den December 1861 door het volk aangenomen, is in 1872 in democratischen geest herzien.

De wetgevende magt is er in handen van den Grand Conseil (Grooten Raad), wiens leden, ten getale van één op duizend inwoners, voor den tijd van vier jaren gekozen worden, — en de uitvoerende magt in die van den Conseil d’état (Staatsraad), door den Grand Conseil desgelijks voor een vierjarig tijdperk aangewezen. Met de hoogste regtsmagt is er het tribunal cantonal bekleed, uit 9 leden bestaande. Ook heeft men er de jury. Het canton is verdeeld in 19 districten, welke door evenzoovele préfecten worden bestuurd. Ook heeft ieder district eene regtbank.

In de dagen van Caesar behoorde dit land tot Helvetië, en het werd vervolgens bij de Romeinsche Provineia maxima Sequanorum gevoegd. De Bourgondiërs ontrukten het aan de Romeinen, en na de verdeeling van het Bourgondische rijk behoorde het tot Transjuraansch en vervolgens tot Hoog-Bourgondië. Na den val van dit rijk kwam het land onder het gezag van den Duitschen Keizer, die er het Huis Zähringen mede beleende, maar na het uitsterven van dit laatste verviel het weder aan de Duitsche Keizerskroon. Graaf Peter van Savoye onderwierp het omstreeks het jaar 1370 nagenoeg geheel aan zijne heerschappij, zoodat alleen de bisschop van Lausanne de districten rondom deze stad, — voorts Bern en Freiburg enkel het noordelijk gedeelte des lands bezaten. De vereeniging van Waadt met Zwitserland werd voorbereid door de zegepraal der Zwitsers over Karel de Stoute (1476) en door de overwinning der inwoners van Bern op die van Savoye (1536), waardoor het land van Murten tot Genève aan het gezag van Bern onderworpen werd. Door hertog Emanuël Philibert van Savoye werd in het verdrag van Lausanne (1570) het land aan het Eedgenootschap afgestaan. De Berners behandelden daarop Waadtland als veroverd land en plaatsten er landvoogden, zoodat slechts weinig overbleef van de voormalige vrijheden en regten. De Fransche Omwenteling werd er dan ook met geestdrift begroet.

De gestrenge maatregelen van Bern deden er voorts de ontevredenheid toenemen, en op verzoek der Waadtlanders verscheen er een Fransch leger, onder welks bescherming zij zich onafhankelijk verklaarden van Bern. Het vormde sedert 1798 een zelfstandigen Staat onder den naam van Leman, die echter later tegen dien van Vaud gewisseld werd, en zag zich in 1815 erkend als canton. Na talrijke klagten over de beperking der kiesbevoegdheid, verscheen in Mei 1830 eene nieuwe kieswet, maar reeds den 18den December daaraanvolgende ontstond er eene volksbeweging, die den 25sten Mei 1831 aan het canton eene nieuwe, meer vrijzinnige grondwet bezorgde. Na dien tijd werden er ook groote hervormingen gebragt in het bestuur. De staatkundige en kerkelijke reactie in Zürich en Luzem deed ook in Waadt haren invloed gevoelen, en toen men te Luzern handelde over het inhalen der Jezuïeten, eischte het volk luide en nagenoeg eenstemmig, dat de Groote Raad aan den afgevaardigde van Waadt naar den Landdag den last zou geven, om vóór de verbanning der Jezuïeten te stemmen.

De Groote Raad echter weigerde, hieraan te voldoen, en gaf daardoor het sein tot de revolutie van 14 en 15 Februari) 1845. Daar de Staatsraad geen steun vond bij de opgeroepen bataljons, trad hij af en bezorgde alzoo aan de revolutie eene gemakkelijke zegepraal. De grondwet van Mei 1831 werd herzien en in verbeterden toestand den 19den Julij 1845 door den Grooten Raad en den 10den Augustus door het volk aangenomen. In den Sonderbunds-oorlog schaarde zich Waadt aan de zijde der liberale cantona, en in 1848 werd de grondwet nogmaals verbeterd, waarna de radicale partij er meer en meer de overhand verkreeg.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018