Vahlen betekenis & definitie

Vahlen (Johannes), een verdienstelijk letterkundige en criticus, geboren den 25sten September 1830 te Bonn, studeerde aldaar sedert 1848 in de letteren onder Ritschl, werd in 1854 privaatdocent en in 1858 buitengewoon hoogleeraar te Breslau, in 1858 gewoon hoogleeraar te Freiburg in de Breisgau, in Julij van dat jaar te Weenen, waar hij den titel van Hofraad ontving, en in 1876 te Berlijn. Hij heeft talrijke merkwaardige opstellen geplaatst in de mede door hem geredigeerde tijdschriften: „Zeitschrift für österreichische Gymnasien” en „Hermes”, en leverde voorts: „Ennianae poësis reliquiae (1854)”, — „Naevii reliquiae (1854)”, — „Conjectanea ad Varronem (1858)”, — „Analecta Noniana (1859)” — „Beiträge zur Aristoteles’ Poetik (1865—1867, 4 dln)”, — „Aristotelis poëtica (1874)” — „De legibus” van Cicero (1871)”, — „Fragmenta” van Ulpianus (1856)”, — „Laurentii Vallae opuscula (1869)”, — „Lorenzo Valla (2de druk, 1870)”, — „Lucilii saturarum reliquiae (1876)”, — en „Lachmanns kleinere philologische Schriften (1876)”.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018