Uhlich betekenis & definitie

Uhlich (Leberecht), de stichter der vrije gemeente te Magdeburg en geboren den 27sten Februarij 1799 te Köthen, studeerde te Halle in de godgeleerdheid en was achtervolgens in 1824 predikant te Diebzig bij Aken, in 1827 te Pömmelte bij Schönebeck en in 1845 bij de Catharina-gemeente te Magdeburg. Hij gaf aanleiding tot de bijeenkomsten der Protestantsche vrienden, werd als haar stichter beschouwd, maar kwam wegens zijne vrijzinnige prediking in botsing met het kerkbestuur, zoodat hij in 1847 geschorst werd. In hetzelfde jaar verliet hij zijn kerkgenootschap en trad op als leeraar van de vrije gemeente te Magdeburg. In die betrekking leefde hij in gedurige onéénigheden met de overheid en werd meermalen voor de regtbank gedaagd.

Niettemin was zijn wandel onbesmet. In 1848 zag hij zich afgevaardigd naar de Nationale Vergadering in Pruissen en behoorde aldaar tot het linker centrum. Hij overleed den 23sten Maart 1872. Zijn „Sonntagsblatt” was algemeen verspreid, en van zijne geschriften noemen wij: „Bekenntnisse (1845; 4de druk 1846)”, — „Sendschreiben an das deutsche Volk (1848)”, — „Die Throne im Himmel und auf Erden (1845)”, — „Das Büchlein vom Reiche Gottes (1845)”, — „Sonntagsbuch (1858)”, — en eene autobiographie (1870)”.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018