Winkler Prins

Anthony Winkler Prins (1870)

Gepubliceerd op 20-08-2018

Toulon

betekenis & definitie

Toulon of Toulon sur Mer, eene arrondissementshoofdstad in het Fransche departement Var, bezit eene belangrijke oorlogs- en handelshaven, is eene vesting van den eersten rang en het station der Fransche Middellandsche Zee-vloot, ligt op den achtergrond van eene diepe baai, wier toegang door de schiereilanden Sépet en Sicier gesloten wordt, is de zetel van eenige regtbanken, heeft een lycéum, eene hydrographische school, eene normaalschool en eene middelbare school voor meisjes, eene stadsboekerij, eene bibliotheek der Marine, een observatorium, eene beurs, onderscheidene consulaten en ruim 70000 inwoners.

Voorts heeft men er een groot aantal fabrieken, terwijl wijn- en ooftbouw, visscherij en handel er mede tot de bronnen van bestaan behooren. De stad is door spoorwegen met het Fransche en Italiaansche spoorwegnet verbonden en door een geregeld stoomvaartverkeer met de havens der Middellandsche Zee.

In 1876 liepen er 80 zeeschepen binnen en 350 kustvaartuigen. Als oorlogshaven bekleedt zij in Frankrijk den tweeden rang (na Brest). Hare haven is eene der veiligste, die ergens bestaan en wordt door onderscheidene vestingwerken verdedigd. Zij omvat eene ruime kom, waarvan ⅔de aan de handels- en ½de aan de oorlogsmarine is ingeruimd, en daarenboven nog een nieuw bassin, uitsluitend voor de oorlogsmarine bestemd.

Ten oosten van eerstgemelde havenkom bevindt zich de handelshaven (Port de la rade), in 1837 aangelegd, en ten westen van het nieuwe bassin dat van Castigneau. Voorts heeft men er eene buitenhaven en groote dokken. Het belangrijkst maritime établissement van Toulon is het arsenaal, in 1686 naar het ontwerp van Vauban verrezen, hetwelk met het hulp-arsenaal van Castigneau eene oppervlakte beslaat van 270 Ned. bunder. Vóór het arsenaal verheft zich eene monumentale poort (van 1738) met standbeelden van Mars en Minerva.

Door een voorportaal bereikt men het binnenplein, door het groote magazijn, de touwslagerij, de ijzergieterij, de pletterij, de directiegebouwen, het muséum, de wapenzaal, de modellenzaal, twee scheepstimmerwerven en het nieuwe bassin omgeven. Het arsenaal is met het bassin van Castigneau verbonden door een kanaal, langs hetwelk de Quai de la Garniture zich uitstrekt, waar de magazijnen van scheepsbehoeften zich verheffen.

Tusschen de oude en de nieuwe havenkom ligt een eiland, dat door eene draaibrug gemeenschap heeft met het vaste land en drie dokken, het bagno en het marine-hospitaal bevat. Het bagno, waar zich gemiddeld 3000 veroordeelden bevinden, werd er in 1682 onder het bestuur van Colbert geplaatst en dient tot depôt van misdadigers, die tot deportatie naar Cayenne en Nieuw-Caledonië verwezen zijn.

Het arsenaal van Castigneau omvat eene bakkerij, ketelmakerijen, eene groote ijzergieterij, een mechanisch atelier, pletterijen en drie bassins. Buiten het zuidoostelijk gedeelte der stad vindt men eindelijk een derde arsenaal, namelijk dat van Mourillon, met groote magazijnen van scheepstimmerhout en metaal en met onderscheidene werkplaatsen.

Voorts heeft men er het marine-hospitaal, ten tijde van Lodewijk XIV gebouwd, met een kabinet voor natuurlijke historie, — en daarbij behoort het hospitaal van St. Mandrier op het schiereiland Sépet. Niet ver vanhier verrijst eene pyramide ter gedachtenis van den admiraal Latouche-Tréville, en meer westwaarts heeft men het lazareth der quarantaine. Voorts behooren er tot de zaken der marine: de zeeprefectuur, het marinetribunaal, de directie der marine-artillerie, 2 hospitalen voor de vloot en onderscheidene kazernes.

De reede, de haven en de stad zijn door talrijke kustbatterijen, redouten en forten beveiligd. Om het binnenvallen in de havens gemakkelijk te maken, zijn er onderscheidene vuurtorens geplaatst. De stad zelve is na de slooping der oude muren aan de noordzijde, volgens besluit van 1852, naar dien kant aanmerkelijk uitgelegd. De nieuwe stadsmuur is op veel verderen afstand verrezen en omsluit het bassin Castigneau en een ruim plein (Place d’armes) met fraaije gebouwen.

De belangrijkste straten zijn er: het Boulevard, de Avenue van het spoorwegstation, de Rue Lafayette met eene laan van platanen en de Rue des Chaudronniers, en tot de merkwaardigste gebouwen behooren er: de oude hoofdkerk van Ste Marie Majeure (in 1096 gesticht), de kerken van St. Louis, St. François de Paule en St. Pierre, de Protestantsche kerk, het stadhuis aan de haven, de nieuwe schouwburg en het paleis van justitie. — Toulon wordt eerst in de 4de eeuw vermeld onder den naam van Telo, Telo Martius of Telonium, doch was toen reeds eene aanzienlijke plaats, vermaard door hare verwerpen. In de 10de en 12de eeuw had zij zo veel te Iijden van de invallen der Saracenen en deelde vervolgens in de lotgevallen van Provence. In 1524 werd zij ingenomen door den connétable de Bourbon. Gedurende den Spaanschen Successie-oorlog werd zij in 1707 door de troepen der Verbondene Mogendheden onder hertog Victor Amadeus van Savoye en prins Eugenius te land en van de zeezijde door de Engelsch-Nederlandsche vloot gebombardeerd en grootendeels in asch gelegd, maar niet veroverd. In 1744 behaalden de Engelschen tusschen Toulon en de Hyérische Eilanden eene overwinning op de Fransch-Spaansche vloot. Gedurende de eerste Fransche Omwenteling kwam de bevolking van Toulon in opstand tegen de Nationale Conventie en leverde, bijgestaan door de bezetting, den 29sten Augustus 1793 de stad in handen van de Spaansch-Engelsche vloot onder admiraal Hood. Daarop werd zij door de Republikeinen belegerd, die vooral na de verovering van het fort Mulgrave door Bonaparte er in slaagden, de Engelschen en Spanjaarden den 19den December 1793 tot den aftogt te noodzaken.

< >