Sabbath betekenis & definitie

Sabbath. of plegtige rust noemt de Israëliet de wijze, waarop hij den laatsten dag der week, van vrijdag-avond tot zaterdag-avond, aan de godsdienst besteedt. De sabbath werd door Mozes ingesteld in het vierde der Tien Geboden. Daarin wordt eene volkomene rust van de gewone dagelijksche ligchaamsbezigheden voorgeschreven. Zijne godsdienstige wijding echter erlangde de sabbath eerst na het stichten der synagogen.

Later werd bepaald, dat een Israëliet zich op dien dag niet verder van zijne woning verwijderen mogt dan 2000 schreden, en men gaf aan dien afstand den naam van sabbathsreis. — Voorts had men bij de Israëlieten in Palaestina het sabbathsjaar. Immers het Mozaïsch staatsregt bepaalde, dat telkens gedurende het zevende jaar het veld niet bearbeid en bezaaid en de wijnstok niet gesnoeid mogt worden. Wat het land en de wijngaard in dat jaar opleverden, was algemeen eigendom. In zulk een jaar werd ook de invordering der schulden uitgesteld, en op het loofhuttenfeest werd alsdan de Wet plegtig voorgelezen.

Laatst bijgewerkt 14-08-2018