Rabenhaupt betekenis & definitie

Rabenhaupt (Karel), baron de Sucha, erfheer van Lichtenberg en Fremesnich, heer tot Grombach, luitenant-generaal en gouverneur van Groningen en Ommelanden, geboren in Bohemen den 6den Januarij 1602, werd opgevoed in de leer der Hussieten en dientengevolge uit zijn vaderland verdreven, zoodat hij dienst nam bij de ruiterij van den Keurvorst van Saksen. Daar hij Nederland als de bakermat der ware Christelijke leer beschouwde, begaf hij zich derwaarts onder de troepen van graaf Ernst van Mansfeld en hertog Christiaan van Brunswijk. In 1622 werd hij te ’s Gravenhage soldaat bij de garde van prins Maurits, en hij vermeerderde zijne krijgskundige kennis door gestadige oefening en door het bijwonen van het ontzet van Bergen-op-Zoom en de belegering van Breda. In 1626 ontving hij verlof van Frederik Hendrik om het land te doorreizen en verwierf de gunst van graaf Ernst Casimir, onder wien hij bij het beleg van Grol proeven gaf van ongemeene bekwaamheid.

Weldra werd hij vaandrig, hielp onderscheidene vestingen versterken en werd na het beleg van ’s Hertogenbosch eerste-luitenant. Ook bij Roermond, Maastricht en Rijnberk bewees hij gewigtige diensten. Gedurende het beleg van laatstgenoemde stad trad hij in dienst van den Landgraaf van Hessen en bestuurde het beleg van Wesel. Weldra was hij luitenant-generaal en stond zegevierend aan het hoofd der Hessische troepen, totdat hij aan de Roer na een roemrijk wapenfeit overrompeld en gevangen genomen werd. Hij ontsnapte echter door list en nam na den vrede zijn ontslag, met het voornemen zijne overige dagen aan de beoefening der wetenschappen te wijden. Bij den dreigenden oorlog echter tegen de Keulschen en Munsterschen riepen de Staten van Stad en Lande hem tot verdediging der provincie, en na aanvankelijke weigering nam hij deze taak op zich. Vooral bij het beleg van Groningen gaf hij treffende blijken van beleid en moed. Overal hield hij een wakend oog en steeds wekte hij door toespraak en voorbeeld de krijgslieden op tot volharding.

Nadat hij den vijand gedwongen had, het beleg op te breken, ging hij aanvallenderwijze te werk en verdreef hem uit onderscheidene plaatsen. Ook maakte hij zich verdienstelijk door de verrassing van Koevorden, waarbij hij door den schoolmeester van der Thijnen geholpen werd. Om voorts de Ommelanden van de strooptogten der Munsterschen te bevrijden, belegerde hij Nieuwe Schans en deed haar in den nacht van den 18den op den 19den Junij 1673 door den luitenant-kolonel Tamminga stormenderhand veroveren, waarna hij den vijand uit Drenthe verdreef. In 1674 echter viel de Bisschop van Munster wederom in Groningerland, plunderde Winschoten en trok naar Bentheim terug. Rabenhaupt evenwel ging den vijand in Twenthe opzoeken en dreef hem op de vlugt.

Weldra echter ontving hij van den Prins den last, naar Groningen terug te trekken, waarna de Bisschop vrede sloot. Daarna bestuurde Rabenhaupt het beleg van Grave, en na de verovering dezer vesting werd hij gouverneur van Koevorden en drost van Drenthe. Hij overleed den 12den Augustus 1675. De bevrijding der stad Groningen wordt er jaarlijks op den 28sten Augustus nog altijd feestelijk herdacht, en men heeft er voor korten tijd eene nieuwe hulde gebragt aan den dapperen Rabenhaupt door eene pas aangelegde straat naar hem te noemen.

Laatst bijgewerkt 14-08-2018