Raabe betekenis & definitie

Raabe (Wilhelm), een romanschrijver van onzen tijd, zich verbergende onder den naam van Jacob Corvinus, werd geboren den 8sten September 1831 te Escherhausen in het hertogdom Brunswijk, studeerde te Berlijn in de wijsbegeerte en wijdde zich vervolgens aan de beoefening der letterkunde. Van zijne geschriften vermelden wij: „Die Chronik der Sperlingsgasse (1857; 4de druk 1870)”, — „Halb Mähr, halb mehr (1859)”, — „Die Kinder von Finkenrode (1859; 2de druk (1870)”, — „Nach dem groszen Kriege (1861)”, — „Unsers Herrgotts Kanzlei (1861)”, — „Verworrenes Leben (1862)”, — „Die Leute aus dem Walde (1863, 3 dln)”, — „Der Hungerpastor (1865, 3 dln; 2de druk 1867)”, — „Freie Stimmen (1865)”, — „Abu Telfan oder die Heimhehr vom Mondgebirge (1867, 3dln; 2de druk 1870)”, — „Der Schüdderump (1870, 3 dln)”, — „Der Regenbogen (1862, 2 dln; 2de druk 1871)”, — „Deutscher Mondschein (1873; 2de druk 1875)”, — „Christoph Pechlin, eine internationale Liebesgeschichte (1873, 2 dln)”, — „Meister Autor oder die Geschichten vom versunkenen Garten (1874)”, — „Horacker (1876)”, — „Kräher felder Geschichten (1878)”, — en „Wunnigel (1878)”. Hij verbindt in zijne tafereelen echten humor met groote bitterheid en een krachtig realismus met eene gevoelige fantasie. In 1862 verhuisde hij naar Stuttgart en in 1870 naar Brunswijk.

Laatst bijgewerkt 14-08-2018