Haastenburg betekenis & definitie

Haastenburg (Hendrik van), een verdienstelijk Nederlandsch geneeskundige, geboren in 1724 te Twello bij Deventer, studeerde te Harderwijk, promoveerde er eerst in de wijsbegeerte en daarna in de geneeskunde, vestigde zich als arts te Deventer, en werd in 1755 aangesteld tot hoogleeraar in de genees-, ontleed-, schei- en kruidkunde aan de Geldersche hoogeschool. Wegens zijne uitstekende bekwaamheid benoemden de Staten van Gelderland hem in 1763 tot archiater der provincie, doch hij overleed reeds den 24sten November 1769.

Laatst bijgewerkt 08-08-2018