Eber betekenis & definitie

Eber (Paul) of Eberus, een verdienstelijk godgeleerde uit de dagen der Hervorming, werd geboren den 8sten November 1511 te Kitzingen, studeerde te Wittenberg, werd in 1536 magister in de wijsbegeerte en begon het volgende jaar wijsgeerige en uitlegkundige lessen te houden. Hjj was een vertrouwd vriend van zijn leermeester Melanchton. Zijne werkzaamheid aan de universiteit Wittenberg, waar hij sedert 1544 het hoogleeraarsambt in de Latijnsche taal bekleedde, werd door den slag bij Mühlberg afgebroken. Toch bleef hij aldaar gedurende de belegering en vatte in het winterhalfjaar van 1547 den draad zijner lessen weder op.

In 1557 werd hij er leeraar in de slotkerk en hoogleeraar in het Hebreeuwsch, en na den dood van Bugenhagen stadspastoor en algemeen superintendent. In 1559 werd hij doctor in de godgeleerdheid, en na het overlijden van Melanchton de voornaamste vertegenwoordiger van diens beginselen. Hij was betrokken in alle kerkelijke onderhandelingen van dien tijd, bij de conventie van Pegau (1548), bij de twistgesprekken te Worms (1557), en bij het mondgesprek te Altenburg (1569) had veel te verduren, en overleed den 10den December 1569. Hij was een ijverige en standvastige verdediger der zachtere gevoelens van Melanchton tegen de meer gestrenge van Luther. Hij schreef: eene „Geschichte des jüd. Volks zeit der Ruckkehr aus dem Babylonischen Exil (1548)”, — een Latijnschen Bjjbel, — en een „Unterricht und Bekenntnisz vom heiligen Sacrament des Leibes und Blutes unseres Herrn Jesu Christi (1562)”. Eindelijk heeft hij ook schoone geestelijke liederen gedicht.

Laatst bijgewerkt 06-08-2018