Cabarrus betekenis & definitie

François, graaf van Cabarrus, een Spaansch minister van Financiën, werd geboren in 1752 te Bayonne. Hij ontving zijne eerste opleiding te Toulouse en werd door zijn vader naar een handelsvriend te Saragossa, Galabert genaamd, gezonden, om zich in het koopmansbedrijf te bekwamen. Hier huwde hij op jeugdigen leeftijd in het geheim met de dochter van zijn patroon, en werd daarna belast met het opzigt over eene zeepziederij te Caravanchel bij Madrid. Gedurende de geldcrisis van die dagen werd op zijn aanraden papieren geld in omloop gebracht, onder zijne directie de San Carlos-bank opgerigt en de Handelmaatschappij der Philippijnsche eilanden tot stand gebragt (1785).

Vervolgens zag hij zich geplaatst bij het ministérie van Financiën, maar onder Karel IV verloor hij zijn invloed, moest zelfs het bestuur der bank nederleggen, werd in 1790 in hechtenis genomen, eerst in 1794 op vrije voeten gesteld en niet dan een jaar later onschuldig verklaard, waarna de Koning hem in den gravenstand verhief, met 6 millioen realen schadeloos stelde en tot hof-bankier, tot algemeen opzigter der wegen en kanalen en tot directeur-generaal der Koninklijke fabrieken verhief. In 1798 was hij als Spaansch minister en afgevaardigde op het vredes-congrès te Rastadt werkzaam, en begaf zich vervolgens als gezant naar Parijs, maar werd, als geboren Franschman, door het Directoire niet erkend. Daarna vertrok hij naar Holland, keerde na den afstand van Karel IV naar Spanje terug, werd onder Ferdinand VII belast met de portefeuille van Financiën en vergezelde dezen naar Bayonne. Toen Spanje door de Franschen was bezet, koos hij de zijde van de laatsten en was ten tijde van koning Joseph minister van Financiën en directeur der San Carlos-bank. Hij overleed in die betrekking te Sevilla den 27sten April 1810.

Zijne dochter Therèse, eerst gehuwd met den bekenden Franschen volksvertegenwoordiger Talien, werd later de echtgenoote van den prins van Chimay.

Laatst bijgewerkt 02-07-2018